keessmetsers.reismee.nl

Het feest van Saraswati in Sidemen op Bali.

Vanmorgen was ik alweer heel vroeg wakker. Buiten was het donker en ik ging op het terras voor mijn kamer in Villa Shantiasa naar de maan zitten kijken die omringd was door ontelbare sterren. Ik realiseerde dat heel ver van mij vandaan Angela lag te slapen. Ik ben ver van haar vandaan, maar toch dichtbij haar, omdat wij verbonden zijn door een band van hechte vriendschap die alle afstand doet verdwijnen. Ik voel mij hier daardoor niet meer alleen en dat was vroeger soms wel het geval.

Ik kon niet meer slapen en besloot weer te gaan rennen door het dal van Sidemen. Ik trok mijn hardloopkleren aan en deed wat strekoefeningen. Daarna liep ik het pad af naar het straatje dat via het dal naar het dorpje Luah loopt, dat aan de andere kant van het dal ligt. Het was nog steeds donker, maar toch niet helemaal, omdat het flauwe licht van de maan het gehele dal een mystieke sfeer gaf. In de beekjes waren overal mensen in hun blootje aan het baden en dat was een schitterend gezicht in het flauwe schijnsel van de maan. Overal zaten de Balinese vrouwen en mannen in het snel stromende water te genieten van de koelte die de vroege morgen hen gaf. Op dat moment wenste ik dat mijn goede vrienden Henk, Elia en Antoinet ook bij waren. Met hen ga ik elke vrijdag hardlopen door de omgeving van Oostelbeers en ik zou het prachtig hebben gevonden als ze nu langs mij hadden gelopen.

In het kleine dorpje Luah werd het straatje heel steil en ik besloot om te draaien en weer terug te lopen. Het was intussen 6 uur geworden en het begon weer licht te worden. In de verte doemden de contouren van de grote berg Gunung Agung op. Toen ik de tuin van Villa Shantias weer in liep zag ik dat mijn reisgenoten ook al wakker waren. We gingen ontbijten want we zouden om 8 uur naar de twee scholen in het dorp gaan waar de kinderen vandaag het feest van Saraswati zouden vieren. Toen we even later hij die scholen aankwamen waren overal kinderen in heel mooie kleren bezig met de voorbereiding van het feest. Ze vonden het prachtig dat wij kwamen kijken en wilden heel graag met ons kletsen. Ook dat was weer een belevenis om met deze kinderen te praten want ze zijn nog puur en kunnen nog steeds van eenvoudige dingen genieten. Toen ik hen vertelde dat ik misschien volgend jaar in hun klas zou gaan voorlezen uit mijn derde boek dat in het engels vertaald is, waren ze heel enthousiast en waren niet meer bij ons weg te slaan. Even later gingen ze dansen voor de huistempel van de school en ook dat was een prachtig schouwspel. Toen we later afscheid van hen hadden genomen hadden we allemaal het gevoel dat we iets heel bijzonders hadden meegemaakt. Vandaag hebben we weer kunnen zien dat Bali nog steeds is wat het altijd is geweest...

"In Sidemen op Bali worden de aura's zuiver en gaat de energie stromen".

Gisteren hebben we in Lovina afscheid genomen van Theo en Jeanne Minneboo. Wij vertrokken met onze chauffeur en vriend I Ketut Kumara Giri voor de lange rit naar Sidemen. We waren meer dan drie uur onderweg, inclusief een stop bij de Gunung Batur, waar de drie kraters van deze vulkaan heel duidelijk zichtbaar waren. Het was zeker geen saaie rit want er was veel te zien onderweg. Hier boven in de bergen was het landschap totaal anders. We zagen velden met kool, sla en pepers, die hier worden geteeld voor de lokale markt en ook voor de grote hotels en restauramnts in het zuiden. Het was bijna avond toen we in Villa Shantiasa aankwamen, ons volgende logeeradres dat tot mijn favoriete plekjes op Bali behoort. Daar kwamen we tot de verassende ontdekking dat we per abuis een koffer van Theo Minneboo hadden meegenomen. Die moet het nu in Lovina twee dagen zien te redden zonder ondergoed en tandpasta....

We werden bij Villa Shantiasa welkom geheten door Putu Yusi, de lieve Balinese vrouw die ik al heel lang ken en intussen van een verlegen jong meisje een zelfbewuste vrouw is geworden. Haar man en haar zoon waren ook bij haar en ze waren zichtbaar blij om ons te zien. Op onze kamers waren frangipanibloemen en hibiscusbloemen gelegd en als je dat ziet dan weet je wat de mensen hier allemaal doen om je een geluksgevoel te geven.

Op onze kamers lag ook een welkomstbrief van de eigenaren van dit mooie huis , waarin zij aan ons als welkom een gratis diner aanboden. Ja.....als je dat ziet dan voel je je meteen thuis. Ik ben hier al heel vaak geweest, maar elke keer wordt ik weer geraakt door de gastvrijheid van de mensen van dit dorp. Sidemen ligt in een dal dat is omgeven door bergen en de sfeer is er heel spiritueel. Als je daarvoor openstaat voel je dat elk koment van de dag, waar je ook bent. Toen ik gisteren ging slapen en door de ramen van mijn slaapkamer naar de lichtjes in het dal keek, toen voelde ik van binnen wat Marion Bloem ooit over deze plek geschreven heeft.

De volgende morgen ben ik heel vroeg opgestaan. De zon was nog verscholen achter de bergen, maar de hemel was al blauw en de grote berg Gunung Agung was heel duidelijk te zien boven de groene rijstvelden die zich uitstrekken over de hellingen van de bergen. Ik trok mijn felgroene hardloopshirt van Stepping Stones Bali aan en begon aan een uur rennen over de straatjes en paden van de heuvels in het dal. Overal zag ik vrouwen die terugkwamen van de markt en ondanks de zware last op hun hoofd sierlijk naar huis liepen. De kinderen hoefden vandaag niet naar school want morgen is het de dag van Saraswati, de god van de wijsheid. Op de scholen worden dan overal ceremonies gehouden en daar gaan we zeker naar kijken.

Ik liep door het dorp langs de lagere school naar het bungalowpark Teras Bali, waar ik ging kijken of de mensen daar al wakker waren. Ik heb daar vaak gelogeerd en hoopte bekenden te zien. Maar er was nog niemamd aanwezig, alles was daar nog in diepe rust. Daarom liep ik verder en sloeg het weggetje in dat naar de rivier beneden in het dal liep. Daar ligt het heel bijzondere "eco resort" Darmada, dat verscholen is tussen het groen en waar de Nederlandse eigenaresse Barbara samen met haar Balinese man en mede-eigenaar Wayan een waar paradijs heeft gerealiseerd. Ook hier was nog niemand te zien en bij de bungalow waar mijn vriend Piet Willems logeert was ook nog geen activiteit te bespeuren. Daarom liep ik weer terug omhoog en besloot om mijn beenspieren te gaan testen op de helling die naar Villa Shantiasa leidt. Het was ongelooflijk, maar ik voelde niets en rende in een hoog tempo het steile weggetje op. Ik verbaas mij zel steeds weer dat ik hier zo makkelijk loop en ik ben Dr. Conger in Eindhoven dankbaar dat hij mij heeft verlost van mijn rugproblemen.

Na een heerlijk ontbijt in de tuin van Villa Shantiasa ben ik samen met mijn reisgenoten weer teruggelopen naar Darmada. Daar kregen we van Barbara en Wayan een rondleiding door hun resort. We kwamen echt onder de indruk wat deze inspirerende mensen ons allemaal lieten zien. Hun tegelfabriekje "Sadustiles", hun nieuwe schooltje voor de kinderen uit het dorp, hun sfeervolle restraurant, allemaal in harmonie met de omgeving, het was echt indrukwekkend. Onder het genot van een overheerlijke chocolademousse genoten we van de verhalen van deze twee prachtige mensen. Toen ik even later tegen hun manager zei dat ik de sfeer hier in Sidemen zo geweldig vond, antwoordde hij met "ja, kees, de aura's worden hier zuiver en de energie gaat hier stromen". Deze man heeft in enkele woorden gezegd wat ik hier elke keer voel. Sidemen is echt een plek waar het echte Bali nog aanwezig is en waar je echt bij jezelf kunt komen als je daarvoor openstaat...

Dolfijnen.

De regentijd duurt op Bali van december tot maart en daarna komt het niet zoveel meer voor dat het een dag veel regent. Maar deze keer duurt de regentijd wel heel lang. Toen ik vanmorgen wakker werd hoorde ik in de verte boven de zee het gerommel van onweer en dat beloofde niet veel goeds. We zouden vandaag met de "Blue Pearl", de catamaran van de zwager van Marjanne Oomen, naar de dolfijnen gaan kijken.

De meeste toeristen gaan 's morgens om 6 uur en dan krioelt het op zee van de bootjes die de dolfijnen gaan opzoeken. Als de dolfijnen zich laten zien varen ze er met z'n allen er op af en de dolfijnen worden daar gelemaal gestresst van. Beni, de broer van Putu en zwager van Marjanne, doet het helemaal anders. Hij vertrekt pas rond half 8 en dat is het moment dat veel bootjes alweer terugkeren. Het grote voordeel is dat er dan nog maar een paar bootjes bij de dolfijnen zijn als ze zich laten zien. Het nadeel is dat Beni dan veel langer moet varen voordat hij bij de dolfijnen is want die zwemmen langs de kust en zijn dan al veel verder richting Singaraja gezwommen.

Om half 8 stapten we in de catamaran van Beni, die de motor van de "Blue Pearl" startte en richting Singaraje voer. De zee was nog heel rustig en daarom ging ik maar op het voorste puntje van het bootje zitten. Dat was echter een misrekening, want het duurde niet lang of ik kreeg de volle laag van een golf opspattend water. Daarom trok ik mijn kleren maar uit en liet de zon mijn lijf verwennen. Jazeker, we hadden geluk, de lucht was nog hemelsblauw en de donkere wolken waren ver van ons verwijderd aan de horizon.

Op een gegeven moment zagen we in de verte een paar bootjes liggen en even later zagen we de dolfijnen. Beni gaf gas en het duurde niet lang of we waren ook op de plek waar de dolfijnen in scholen rondzwommen. En toen begon het schouwspel dat ons het komende half uur bezig zou houden. Overal om ons heen gleden de dolfijnen sierlijk door het water en zoals altijd was het een prachtig gezicht om deze mooie dieren in de vrije natuur te zien. Ze zwommen onder onze boot door of gleden sierlijk door het stille wateroppervlak. Even later gebeurde er iets wat ik nog niet vaak heb gezien. Als op een teken begonnen de dolfijnen in de lucht te springen, soms metershoog. Daarbij maakten ze salto's of draaiden ze een paar keer om hun as. Ze bleven maar springen, we wisten niet meer waar we moesten kijken. Overal sprongen ze in de lucht en bij het neerkomen spatte het water dan hoog op . Op de voorkant de catamaran zat ik met een brok in mijn keel naar het schouwspel te kijken. Ik realiseerde dat dit een moment was waarin ik heel dichtbij de basis van het leven was, de natuur die ons alle energie heeft die wij nodig hebben om te leven. Ik was niet de enige die onder de indruk was. Marie Lou, Frans, Ad en Dianne, ze zaten allemaal met een blij gezicht in het bootje. En Beni, die was tevreden dat hij dit ons kon geven. Daar genoot hij zelf ook van.

Intussen waren de donkere wolken aan de horizon dichterbij gekomen. De hemel begon er dreigend uit te zien en de zon was verdwenen achter de inktzwarte wolken. In de verte regende het al en de sluier van regen kwam steeds dichterbij.. We besloten afscheid te nemen van de dolfijnen en Beni gaf gas om de steeds dichterbij komende muur van regen voor te blijven. De regen naderde echter veel sneller als dat de catamaran van Beni kon varen en we werden langzaam ingesloten door de regen die ons alle uitzicht benam. Het begon te bliksemen en te donderen en dat zag er allemaal heel dreigend uit. Beni was helemaal tot Singaraja gevaren om de dolfijnen te vinden en hij was nu kansloos tegen de snelheid van de naderende onweersbui. Toen de bui ons bijna had ingehaald en de eerste vette druppels begonnen te vallen besloot Beni een schuilplaats aan het strand te zoeken en dat werd Starlight Bungalows, waar ik vorig jaar gelogeerd heb. Terwijl de catamaran op het strand gleed kregen we de volle laag en viel er een muur van regen op ons. We renden zo snel als mogelijk naar onze schuilplaats , maar waren al kletsnat voor we die bereikten. Bij Starlight Bungalows werden we liefdevol ontvangen door het personeel dat ons handdoeken gaf zodat we ons konden afdrogen. We besloten om daar ook maar meteen te gaan eten en vroegen Beni of hij bij ons kwam zitten. Die was ook helemaal doorweekt. Even later begon het zo hard te regenen dat buiten niets meer te zien was. We hadden de regenbui niet kunnen ontlopen, maar we waren toch heel blij dat we deze mooie momenten hadden meegemaakt. Het was een belenis geweest die we niet snel zullen vergeten...

Op bezoek bij Marjanne Oomen (Stepping Stones) in Bali.

Vannacht heeft het de hele nacht geregend. Ik werd vaak wakker en lag dan onder het hemelbed van mijn kamer in Tamas Sari te luisteren naar het geluid van de regen die met bakken uit de hemel viel. Ik had het warm en ging daarom maar even naar het kleine ommuurde tuintje dat bij mijn kamer hoort. In de frisse buitenlucht nam ik een verfrissende douche. Eigenlijk hoefde ik de douche niet aan te zetten want het regende zo hard dat ik gewoon in een sluier van warm water stond. Dat is een aparte ervaring om zo in de buitenlucht te douchen. Bij mijn voeten sprong een klein kikkertje vrolijk rond, kennelijk genoot het ook van de warme regen. In de verte donderde en bliksemde het, dus droogde ik mij maar af en kroop rillend van de frisse nacht weer in mijn bed.

Rond een uur of zes liep mijn wekkertje af want we zouden bij het opkomen van de zon gaan wandelen over het strand van de baai van Pemuteran. Dat viel letterlijk en figuurlijk in het water want het was zwaar bewolkt. Het strand lag vol met aangespoeld zeewier, plastic en ander vuilnis dat vannacht door een wilde zee op het strand was geworpen. De mooie sfeer die Angela en ik hier een paar jaar geleden hadden beleefd, was er nu even niet. Na een uurtje gewandeld te hebben besloten we maar te gaan ontbijten.

Na het ontbijt gingen we snorkelbrillen huren en toen we die hadden liepen we de zee in om te gaan kijken naar het project BIOROCK. De eigenaar van Tamas Sari, Agung Prana, is er via dit project in geslaagd om in de baai van Pemuteran nieuw koraal te laten groeien en dat gingen we bekijken. Op een afstand van ongeveer 50 meter van het strand zijn constructies van metaal in het water geplaatst waar zwakstroom naar toe is geleid. Op die constructies zijn in korte tijd ontelbare nieuwe stukken koraal gegroeid. Het was een lust voor het ook om te zien hoeveel prachtige vissen op dit plekje in zee hun schuilplaats hadden gevonden. Agung Prana heeft voor dit project een prijs van de Verenigde Naties gekregen.

Na een uurtje werden we moe van het snorkelen en liepen we weer terug naar de plek wwar onze chauffeur op ons wachte om ons naar Lovina te brengen. De rit naar Lovina duurde niet veel langer dan een uur en om een uur of half elf kwamen we in dit plaatsje aan zee aan. Nadat we onze koffers hadden achter gelaten in onze kamers bij Sawah Lovina gingen we naar de Duitse bakker om daar lekkere dingen te kopen, zoals Zwiterse chocola. Daar hadden we al een paar dagen naar uitgekeken en ik moet zeggen dat de chocola nu toch wel heel lekker smaakte. We gingen vervolgens geld pinnen in de automaat langs het Global Village Kafe en toen werd het langzaam tijd om Marjanne Oomen te gaan opzoeken.

Marjanne woont midden in de kampong en omdat ik bang was dat ik haar huis niet zou kunnen vinden kwam ze ons ophalen. Het weerzien met haar en haar man Putu was heel leuk. Naast Marjanne en Putu waren ook andere bestuursleden van Yayasan Stepping Stones aanwezig, alsmede twee stagieres uit Nederland. Het nieuwe kantoor van Stepping Stones zag er heel goed uit en Marjanne en Putu gaven met veel enthousiasme aan ons uitleg over de lopende projecten van de stichting Stepping Stones in Bali. Het werd een leuke middag en we waren allemaal onder de indruk van het mooie werk dat hier door deze jonge mensen wordt verricht. Toen we weer terugliepen naar ons logeeradres waren onze gedachten nog steeds bij Marjanne en haar medewerkers die op ons echt indruk hadden gemaakt. Het was heel mooi om te zien hoe deze mensen vol passie de kwetsbare medemens proberen te helpen. Gelukkig worden zij daarbij vanuit Nederlandgesteund door heel veel donateurs en sponsors. We hebben vandaag gezien waar alle donaties en sponsorbijdragen naar toe gaan. De kinderen van Bali zullen dankbaar zijn. Met dit positive gevoel ga ik zo meteen slapen. Het wordt een korte nacht want morgenvroeg gaan we naar de dolfijnen kijken...

Bali zuivert de ziel...

Als je naar Bali gaat verwacht je elke dag stralend weer want het eiland ligt dicht bij de evenaar. De meeste mensen weten dat Bali van november tot maart een regentijd heeft en dat de andere maanden veel droger zijn. Wij waren vanuit Nederland vertrokken met het idee dat we drie weken lang van het zonnetje zouden kunnen gaan genieten, maar daar is tot nu toe niet veel van terecht gekomen. Het heeft elke dag geregend en de laatste dagen zelfs urenlang.

Toen we vanmorgen met Gusti, de chauffeur van Agung Prana, vertrokken naar het dorpje Pemuteran in het noordwesten van Bali, scheen de zon nog volop. Hoe dichter we bij onze bestemming kwamen, hoe warmer het werd. In Pemuteran werd we in het resort Taman Sari naar twee villa's gebracht die onze fantasie te boven gingen. Sprakeloos stonden we te kijken naar de prachtige huizen met privetuin en privezwembad die vandaag ons verblijf zouden zijn. Toen ik ging vragen wat we voor de villa's moesten betalen bleek mijn villa helemaal gratis te zijn. Dat is nu Bali, er gebeuren hier dingen die je nooit verwacht...

Toen we even later in het busje van Gusti naar het haventje reden waar we met een bootje naar her eiland Menjangan zouden vertrekken, waren we nog steeds onder de indruk van de prachtige vill's waarin we vannacht zouden slapen. Vooral het gigantische natuurstenen bad, dat midden in een van de twee grote badkamers stond, was onderwerp van gesprek.

Even later stapten we in het gezelschap van een Duits meisje in een bootje dat ons naar het eiland Menjangan zou brengen. De zon scheen nog steeds, maar in de verte stapelden de wolken zich op, wat mij een beetje onrustig maakte. We begonnen alvast aan het lunchpakket dat Gusti voor ons had meegebracht en toen we dat op hadden duurde het niet lang voordat we bij het eilandje waren. Daar werd het anker uitgegooid en sprongen we het water in om te gaan snorkelen. Marie Lou vond het echter beter om maar aan boord te blijven.

Onder ons zagen we een sprookjeswereld van heel mooi gekleurd koraal en ontelbare vissen. Dianne had noeite met haar snorkelbril en werd geholpen door de "kapitein" van het bootje die haar meenam en begeleidde bij het snorkelen. Het was echt heel mooi om te zien wat er onder water leeft. Ik heb al vaker gesnorkeld, maar het blijft een unieke beleving. Ook vandaag vloog de tijd voorbij en toen we werden teruggeroepen naar het bootje hadden we meer dan een uur in het water gelegen. Nadat we op een andere plek nog even hadden gesnorkeld was het tijd om weer terug te gaan want de lucht was steeds donkerder geworden en de zee steeds wilder.

Tijdens de eerste minuten van de teruhgreis bleek al snel dat de hoge golven met ons bootje gingen spelen. Marie Lou zat helemaal vooraan, maar ze zag al snel dat ze een verkeerde plek had gekozen want de opspattende golven gaven haar een niet verwachte douche. Binnen een mum van tijd waren we allemaal kletsnat van het zoute water dat metershoog de lucht in ging. Ik trok mijn kleren maar uit en liet de zee maar haar gang gaan. De golver werden steeds hoger en het kleine bootje werd een speelbal op de golven. Gelukkig werd er niemand zeeziek en konden we blijven lachen als er weer iemand kletsnat werd van een hoge golf. Toen we het haventje binnen liepen en de zee weer rustig werd, hadden we een spannend half uurtje meegemaakt, dat echter ook heel leuk was geweest.

De dag was echter nog niet voorbij, want om 5 uur zouden Dianne en Ad een "purification" ceremonie mee gaan maken , die hun ziel zou reinigen. Balinezen doen deze ceremonie vaak in hun leven en het behoort tot de tradities van dit mystieke eiland.

Rond een uur of vijf ontmoetten we de "pemangku" (priester) uit Umabian die we al eerder deze week tegen waren gekomen. Dianne en Ad moesten zich uitkleden en werden in een sarong gewikkeld. De priester ging eerst terug in het verleden van Ad en Dianne en die kregen te horen dat zij al heel oude zielen waren. Daarna werden ze begeleid naar een hoek van de tuin waar vier grote stenen potten stonden die gevuld waren met water en bloemblaadjes. De priester ging bidden en even later kwam het moment dat wij als toeschouwers niet snel zullen vergeten. Op mij heeft het in ieder geval grote indruk gemaakt.

De priester nam een halve kokosnoot en goot daarmee water en bloemblaadjes over de hoofden van Dianne en Ad. Het water stroomde over hun lichaam en langzaam maar zeker kwam er een cirkel van bloemblaadjes rond hen te liggen. Wat een indrukwekkend moment was dat ! We waren er allemaal stil van. Het was een unieke gebeurtenis die Ad en Dianne niet snel zullen vergeten en die zeker invloed zal hebben op hun gevoelswereld en hun persoonlijke toekomst. Deze ceremonie zal hen zeker helpen om de weg te bewandelen die bij hun eigen ik behoort.

Nadat we afscheid hadden genomen van de priester ging we ons klaarmaken voor het diner in de sfeervolle tuin bij het strand. In de regendouche in het tuintje van mijn villa liet ik onder de sterrenhemel de gebeurtenissen van zojuist nog even op mij inwerken , want het was iets wat mij echt geraakt had.

Het wordt nu tijd om te gaan slapen want morgen wil ik om zes uur langs het strand gaan wandelen en daar de zon zien opkomen. Een paar jaar geleden heb ik dat hier met Angela ook gedaan en dat zijn we nog niet vergeten. Het schouwspel van de opkomende zon en de stilte van het verlaten strand zijn we allebei nog niet vergeten. Angela is er deze keer niet bij, maar ze reist mee in mijn hart en dat zal ik morgen zeker voelen.

Ons volgende logeeradres is in Lovina waar we Marjanne Oomen en het project van Stepping Stones Bali gaan bezoeken. Daar verheug ik mij op want ik weet dat het een mooi weerzien zal worden. En nu ga ik slapen....

Een fietstocht door het echte Bali.

Vandaag zouden we vanuit Belimbing naar het zuiden van Bali gaan fietsen. Eigenlijk had ik nooit echt een fietstocht op Bali gemaakt, dus ik was benieuwd hoe dat zou zijn. Onze mountainbikes zagen er goed uit, maar het duurde wel even voor dat iedereen de juiste zadelhoogte had en de banden waren opgepompt. We werden begeleid door een Balinese gids met de naam Ketut. Nu hebben ze op Bali maar vier verschillende voornamen, dus die naam waren we al heel veel tegen gekomen. Het bleek echter een sympathieke jongeman te zijn die goed Engels sprak en ook graag foto's maakte.

Rond een uur of half tien vertrokken we onder een hemel die intussen al weer bewolkt was geworden. De zon hebben we deze week nog niet vaak gezien, maar het was wel perfect weer om op pad te gaan. Al heel snel zagen we links en rechts heel mooie rijstvelden waartussen kleine dorpjes verscholen lagen. Marie Lou en Dianne hadden allebei een rugzak vol kinderkleren en speelgoed bij zich en als we ergens een arm huisje zagen stopten we om wat spullen af te geven en dat leverde leuke tafereeltjes op. Ik heb een aantal foto's daarvan op deze reisblog geplaatst met de zelfde titel als dit verhaal.

De mensen op Bali zijn arm en daarom is het altijd leuk om wat kadootjes uit te delen. Toch blijft het nog beter om ze te leren hoe ze onafhankelijk kunnen worden door zelf op zoek te gaan naar onderwijs en scholing. Op Bali zijn heel veel buitenlandese organisaties actief op dit gebied. Helaas heeft onderzoek uitgewezen dat 80% van deze organisaties gebruikt wordt om "eigen zakken te vullen" of voor andere verkeerde doeleinden. Dat is triest, maar het is wel de realiteit. Gelukkig zijn er nog organisaties, zoal Stepping Stones Bali, die wel goed bezig zijn en waar het geld wel goed wordt besteed. Over een paar dagen gaan we in Lovina met eigen ogen zien op welke manier deze stichting haar doelstellingen probeert te verwezenlijken.

Tijdens onze fietstochtnaar het zuiden was het intussen steeds donkerder geworden en op een gegeven moment barste een hevige regenbui los. Onze gids Ketut zocht een plek waar we konden schuilen en hij vond die onder een rijstschuur op een woonerf waar Balinezen een huis aan het bouwen waren. In een van de gebouwtjes van het woonerf keken een oude man en een oude vrouw vanuit de deuropening naar hun onverwachte bezoekers. Ze waren allebei heel mager en zaten in een kamer die er heel vochtig en armoedig uitzag. Ze hadden bijna geen kleren aan hun lijf en we kregen medelijden met hen toen we hen zo zagen zitten. Als mensen hier oud worden is er voor hen geen opvang en zijn ze afhankelijk van hun kinderen die voor hen moeten zorgen. Vaak wonen ze in schamele hutjes waar de regen door de gaten en scheuren naar binnensijpelt. Het is begrijpelijk dat ze meestal niet zo oud worden.

De regen bleef maar neervallen en het erf waar we schuilden was intussen veranderd in een meertje waarvan het water tussen de gebouwtjes wegstroomde. Het oude vrouwtje pakte een paraplu en bracht wat snoepjes naar de werklieden die aan het bouwen waren. Ze liep daarbij op blote voeten door de stromende regen, zo mager en breekbaar. Wat een verschil is het leven toch tussen hier en bij ons thuis...

Nadat het zeker een uur onafgebroken geregend had besloot onze gids dat we maar met een auto opgehaald moesten worden en even later kwam die aangereden over het pad dat intussen meer op een snelstromend riviertje leek. We namen afscheid van de familie die ons een schuilplaats had geboden en vervolgden onze weg in de auto van ons logeeradres. We kwamen langs prachtige rijsterrassen die vol met water stonden en waarin bundeltjes jonge rijst klaar stonden om de volgende dag uitgeplant te worden. Zo zijn de rijstvelden op z,n mooist, als de zon en de wolken zich spiegelen in het water.

Rond 12 uur kwamen we aan bij onze eindbestemming, een strand met steile rotsen waarop de woeste golven van de omstuimige zee kapot sloegen. In een van de rotsen was een heel grote grot waarin meer dan duizend vleermuizen rondvlogen. We waagden ons niet in de grot en nadat we nog een grote varaan hadden gezien in het struikgewas liepen we weer terugnaar onze auto. We kregen van de manager van ons resort nog een drankje uit kokosnoten die door onze gids opengehakt waren en toen reden we door de regen terug naar Belimbing. Ondanks alle regen hadden we toch een heel fijne dag gehad en dat kwam vooral door de mensen die we vandaag waren tegengekomen. De Balineze zorgen goed voor ons en we voelen ons hier helemaal "thuis". Morgen gaat onze chauffeur en vriend Ketut ons naar het dorpje Pemuteran brengen, dat op de uiterste westpunt van Bali is gelegen, slechts een half uurtje met de veerboot verwijderd van het eiland Java. Daar komt mijn volgende verhaal vandaan...

De mooiste rijstvelden van Bali.

Vandaag zijn we een week onderweg op Bali, het eiland dat lang geleden mijn hart gestolen heeft. Voor veel mensen zal het moeilijk te begrijpen zijn dat ik al bijna 40 jaar op en neer reis naar dit plekje op onze aardbol. Velen zouden het saai vinden om steeds maar terug te keren naar al die dorpjes waar ik al ontelbare malen heb rondgelopen. Ik kan het ook niet goed uitleggen waarom ik dit doe. Voor mij is Bali een stuk van mijn leven geworden en daarbij speelt de geschiedenis van dit eiland ook een rol.

Lang geleden zijn er hier op Bali dingen gebeurd die niet of nagenoeg niet in de Nederlandse geschiedenisboeken zijn opgetekend, maar wel deel uit maken van ons koloniaal verleden. Ik blijf het frappant vinden dat deze gebeurtenissen uit het verleden mij elke keer zo raken als ik er mee geconfronteerd wordt. Ik ben er van overtuigd dat mijn liefde voor de mensen op Bali daar iets te maken heeft.

Een aantal jaren geleden ben ik de dochter van Christ Oomen op Bali tegengekomen in Lovina waar zij probeert de gehandicapte kinderen op Bali een betere toekomst te geven. Marjanne heeft haar eigen carriere in Nederland opgegeven om zich te wijden aan de kinderen die haar zo nodig hebben. Haar vrijwilligerswerk heeft diepe indruk op mij gemaakt en het was voor mij de aanleiding om boeken te gaan schrijven waarvan de opbrengst gaat naar de stichting waarmee Marjanne haar ideaal probeert te verwezelijken. In een van die boeken komt Kadek voor, een jonge vrouw die in de buurt van Belimbing is geboren en die ik gisteren weer heb ontmoet. Kadek is een heel goed voorbeeld van de Balinese vrouwen die een hard leven hebben maar desondanks blijmoedig in het leven blijven staan. Kadek woont nu in Tabanan en moet elke dag op haar brommertje naar Belimbing rijden, waar ze tot 's avonds laat werkt in het restaurant van het resort waar wij nu logeren. In het donker van de nacht rijdt ze weer naar huis waar haar man en zoon op haar wachten. Het gezin heeft het net als alle gezinnen op het platteland van Bali moeilijk om rond te komen van het karige inkomen dat zij hebben. Het dagloon is hier ongeveer drie euro en daar moet alles van betaald worden. Toch blijft Kadek net als alle Balinezen een warmte en gastvrijheid uitstralen die mijn enorm aantrekt. De mensen van Bali zijn daarom voor mij de voornaamste reden waarom ik steeds blijf teruggaan naar Bali.

Ik kan mij echt kwaad maken als er mensen zijn die de Balinezen als minderwaardig of onderontwikkeld beschouwen. Wij westerlingen kunnen heel veel leren van de levensinstelling van de bewoners van Bali en de warme gastvrijheid die zij uitstralen. Ik heb heel veel respect voor hun cultuur en hun tradities. Het feit dat ze mij als Nederlander altijd weer met open armen ontvangen terwijl mijn voorouders in een recent verleden hier heel erge dingen hebben gedaan, dat maakt bij mij diep van binnen echt iets los. Als je mijn derde boek "Bali, het leven zal altijd verder gaan" leest, dan zul je begrijpen waarom.

Kadek gaat misschien vandaag met ons wandelen door de werkelijk schitterende omgeving van Belimbing. Ik weet dat dit altijd heel mooie momenten oplevert en daarom verheug ik mij er op. Samen met mijn reisgenoten ben ik gisteren wezen wandelen in het dal dat langs Cempaka Belimbing ligt. Een van de foto's die ik op deze reisblog heb gezet, laat zien hoe mooi het hier is. We wandelden langs een smal pad dat langs de rijstterassen liep en waar we de cacao aan de stammen van de bomen zagen hangen.Het pad was heel smal en je moest opletten waar je liep. Een verkeerde stap en je lag in het water. Dianne genoot zo van de mooie rijstterassen dat ze even niet oplette, en jahoor, daar lag ze in het gras. Geschaafde knieen, maar de rescuezalf uit het winkeltje van Marie Lou bracht meteen verlichting.

We wandelen verder en kwamen langs een hutje, waar we even stopten om even te kletsen met de mensen die daar zaten. Dianne en Marie Lou hadden in hun rugzak allerlei leuke dingen bij zich en die gingen ze uitdelen. Mooi om te zien hoe blij de mensen er mee waren.

Het smalle paadje liep verder door het bos met koffieplanten en ananasplanten dat aan het dal grensde. Alles groeit hier vanzelf want de grond is heel vruchtbaar. Leuk om alles wat we thuis eten en drinken hier te zien in de vrije natuur. Er was zoveel te zien dat we besloten om maar het hele dal door te lopen. De begroeing werd steeds dichter en op een gegeven moment leek het wel een jungle. Sommigen van ons hadden slippertjes aan en waren niet echt voorbereid op het gladde pad waaop we nu liepen. Na een half uurtje jwamen bij een huisje waar we aan een man de weg vroegen, want we wilden zeker zijn dat we in de goede richting liepen. Nadat hij van Dianne een shirt van het Belgische nationale elftal had gekregen liepen we weer verder. Het pad begon relarief steil te dalen en we waren blij dat het nog niet regende want anders zou het echt onbegaanbar zijn. In de verte onweerde het en dat maakte ons een beetje onzeker. We staken een beekje over waarover een boomstam een bruggetje vormde en probeerden het pad te volgen dat ons weer thuis zou moeten brengen. Langs het pad groeide "snakefruit" waarvan de stekels ons ontzag inboezemden. Het pas was intussen zo modderig geworden dat het moeilijk begaanbaar was. Links van ons stonden de stekelige struiken en rechts van ons was een modderig beekje. Daartussen probeerden we wankelend onze weg te vinden. Jahoor, wat we verwachtten, dat gebeurde ook. Met een flinke gil gleed Marie Lou uit en belandde in de modder. We waren in eerste instantie geschrokken, maar later moesten we lachen want het was ook wel een beetje komisch.

Later op de avond zou Frans het drietal "gevallenen" compleet maken toen hij even niet oplette en struikelde over gladde drempel in de tuin van ons parkje. Hij was op weg naar de "Wantilan", een gebouw dat bij ons resort hoort en waar Angela en ik ooit een onvergetelijke avond hadden beleefd toen wij daar onze verloving hadden gevierd. Frans is uit het goede hout gesneden en even later stond hij samen met ons naar het gamelanorkest te kijken dat daar met volle overgave aan het oefenen was. Het waren allemaal mensen uit het dorp en het was heel mooi om te zien en te horen hoe zij op een harmonieuze manier de kunst van de muziek beheersten. De geluiden van de gamelan dreven weg over het dal achter het gebouwtje en kwamen ook echt bij ons "binnen". Daarmee bedoel ik dat de muziek ons raakte, net als al die andere gebeurtenissen die wij de afgelopen week hier beleefd hebben. Vandaag gaan we met een fiets door de dorpjes naar de zee fietsen en morgen gaan we naar Pemuteran,, waar Dianne en Ad een "purification" ceremonie zullen meemaken. Dat zal ongetwijfeld heel apart zijn. Je hoeft op Bali niet op zoek te gaan, want Bali komt naar je toe. "Zijn" is hier genoeg...

Een dag met een gouden randje...

Vanmorgen ben ik weer heel vroeg opgestaan om te gaan rennen door de rijstvelden in de omgeving van Umabian. Het dagelijkse leven in het kleine dorpje was alweer begonnen, maar mijn reisgenoten Marie Lou, Frans, Ad en Dianne lagen nog op een oor. Zonder lawaai te maken trok ik mijn hardloopspullen aan en maakte voorzichtig de antieke deur van mijn slaapkamer open.

Voordat ik op vakantie ging had ik aan mijn hardloopcoach Henk van Gerven beloofd om op Bali een paar keer per week te gaan hardlopen en dat ging ik vandaag dus weer doen. Ik ken Henk pas een paar jaar, maar ik heb heel veel van hem geleerd. Hij is niet alleen een heel ervaren hardloper, maar ook een heel fijn mens en hij en zijn vrouw zijn echte vrienden van mij geworden. Dankzij Henk heb ik Elia en Antoinet leren kennen, twee jonge vrouwen uit Oostelbeers die de gehandicapte kinderen van Bali een warm hart toedragen. Waarschijnlijk gaan zij in oktober samen met ons weer de halve marathon van Eindhoven rennen voor dit goede doel.

"Groen betekent doen" zegt Henk vaak tegen mij en daarom had ik vandaag maar weer mijn felgroene Stepping Stones Bali shirt aangetrokken. Ik begon te rennen door de stille straatjes en kwam al snel op het smalle pad dat tussen de rijstvelden naar het stadje Mengwi loopt. Aan de rijstplanten hingen nog de druppels van de ochtend en de zon had de ochtendnevel nog niet helemaal verdreven. In de verte zag ik tegen de horizon de grote bergen Gunung Batukaru, Gunung Batur en Gunung Agung. Overal waren mensen al aan het werken op de rijstterrassen die binnenkort het toneel zouden zijn van de rijstoogst. Ik zag een heel mooie fel blauwe vogel die op een ijsvogel leek, maar dan twee keer zo groot.

Op het pad kwam ik overal Balinese mannen tegen die op stokoude fietsen behendig een zware last van gras of palmblad met zich mee droegen. Lachend begroetten zij mij en vervolgden weer hun weg naar hun huisjes waar intussen de vrouwen op houtvuur aan het koken waren. In de beekjes waren overal mensen aan het baden. Schaamte om hun blootheid kennen ze hier niet en ze riepen vrolijk lachend naar mij terwijl ze zich zaten in te zepen in het snel stromende water. Kinderen sprongen vanaf de kant met groot kabaal het water in en daagden mij uit om dat ook te doen. Wat is het leven hier nog puur en eenvoudig...

De zon kwam steeds hoger aan de horizon en mijn hardloopshirt begon langzam kletsnat te worden. Het water stroomde in straaltjes vanaf mijn gezicht en ik was blij dat mijn logeeradres weer in zicht kwam. Toen ik daar weer was aangekomen was het tijd om te gaan ontbijten in het open restaurantje bij het zwembad dat grenst aan de rijstvelden. Daarna gingen we ons klaar maken voor de ontmoeting met Agung Prana en de pemangku (priester) van het dorp die de chakra's en de aura's van ons zou gaan lezen. Dat werd een heel bijzondere gebeurtenis. Het was de zelfde priester die twee jaar geleden tegen mij had gezegd dat mijn naam I Wayan Suryana was. Het was verbluffend om te ervaren dat hij de gebeurtenissen in onze levens zo goed kon beschrijven. De priester gebruikte daarbij nummerologie als middel om onze namen en geboortedata te herleiden tot een weergave van de gebeurtenissen in onze levens. Heel bijzonder was dat en ik moet zeggen dat dit voor mij een heel nieuwe ervaring was.

Dianne en Marie Lou gingen daarna bij een paar Balinese vrouwen zitten die offerbakjes aan het maken waren. Hier doen de vrouwen dat elke dag, jaar in jaar uit. Dianne en Marie Lou leerden van hen om van de pamblaadjes en bamboestengels de offerbakjes te maken. Agung Prana, een van de nazaten van de Radja van Mengwi en eigenaar van het resort, kwam toen met het voorstel om een dag naar Pemuteran te gaan en daar te gaan snorkelen Dat leek ons een goed idee en daarom hebben we ons reisschema maar meteen gewijzigd. Agung Prana nodigde ons ook uit om die avond met hem te dineren en daarover hoefden we ook niet lang na te denken.

Het werd een dag met een gouden randje en dat had niet alleen te maken met alle verassingen van deze dag, maar ook met het feit dat Christ Oomen vandaag in Nederland een Koninklijke Onderscheiding zou krijgen. Net als Henk van Gerven maakt Christ deel uit van het sponsorteam van de stichting Stepping Stones Bali. Dat is echter niet het enige goede doel waarvoor Christ zich inzet. Het is ongelooflijk via hoeveel goede doelen Christ elke week bezig is om de kwetsbare medemens te helpen Dat doet hij al heel veel jaren en dat is niet onopgemerkt gebleven. Zijne Koninklijke Hoogheid had besloten om hem vandaag te benoemen als Lid van de Orde van Oranje Nassau. Ik vind het prachtig dat Christ deze eer ten beurt is gevallen want hij verdient dit echt. Ik wist hoe laat de onderscheiding werd uitgereikt en wilde hem even later via Skype feliciteren van uit Bali. Helaas kreeg ik geen verbinding, maar de wetenschap dat Christ vandaag in het zonnetje zouden worden gezet maakte alles goed.

Deze prachtige dag werd besloten met een heerlijk diner dat ons werd aangeboden door Agung Prana. Wat een bijzondere man is dat ! Hij heeft een heel bijzondere kijk op de wereld en als alle leiders zouden denken zoals hij , dan zag de wereld er een stuk beter uit. Dianne heeft vanmiddag Agung Prana een behandeling met voetreflexuologie gegeven en dat was voor haar en Agung Prana een heel bijzondere gebeurtenis Tijdens het diner vertelde Agung Prana hoe fijn hij deze behandeling had ervaren . Hij zei ook dat hij ons wilde adviseren om morgenvroeg even naar het nieuwe priveziekenhuis in Umabian te gaan kijken waar 8 specialisten via "herbalscience" actief zijn. Dat gaan we natuurlijk ook doen en daarna vertekken we naar Belimbing. Dat wordt ons volgende logeeradres van onze vakantie die wel heel bijonder begint te worden. Ik vind het heel fijn dat zovelen van jullie via deze reisblog met ons meereizen en ik wil jullie daarom allemaal bedanken voor jullie interesse in onze belevenissen.

Kees