keessmetsers.reismee.nl

Gaia Oasis, een heel mooie stichting die actief is in het noordoosten van Bali.

“Old beliefs must be abandoned

to accomodate new awareness”

Oude gewoonten moeten worden losgelaten om een nieuw bewustzijn te verkrijgen….

Eigenlijk ben ik best eigenwijs, beter gezegd ik bén eigenwijs. Angela heeft zich vaak verwonderd dat ik elk jaar naar Bali ga en steeds de zelfde logeeradressen reserveer terwijl er ook nog heel veel andere mooie plekjes zijn. Natuurlijk heeft ze gelijk, dat weet ik ook wel……….

Vandaag ben ik in een spiritueel en culinair paradijs beland. Omdat ik een keer oude gewoonten heb losgelaten….

Vanmorgen ben ik met de chauffeur van Sawah Lovina naar mijn volgende bestemming vertrokken en dat zou het resort Gaia Oasis zijn in het dorpje Tejakula. We reden via Singaraja, de voormalige hoofdstad van Bali, langs de noordkust van Bali. Daar is een heel ander landschap te zien dan de vruchtbare hellingen ten zuiden van de Gung Agung waar ik afgelopen week ben geweest. De kust in het noorden van Bali is dor en droog en dat heeft te maken met het feit dat het hier veel minder regent. We reden langs kleine dorpjes terwijl links van ons bijna steeds de zee te zien was.

Ik had tegen Ketut gezegd dat hij mij deze keer niet hoefde te komen halen want hij moest helemaal van Denpasar komen en dat was onzin. Vandaag was het maar een uurtje rijden en dat was zo voorbij want de chauffeur van Sawah Lovina praatte honderduit. Wel in het Indonesisch en ik was maar wat blij dat ik die taal geleerd heb anders zou er in dit uur niet veel gezegd zijn.

In Tejekula verlieten we de weg die langs de kust loopt en sloegen we linksaf een héél smal paadje in. Het busje van mijn chauffeur raakte aan beide kanten bijna de muren, zo smal was het. Na ongeveer 300 meter konden we niet verder want het paadje werd te smal voor een auto. Mijn chauffeur nam mijn loodzware koffer op zijn schouders en liep voor mij uit. Dat ga mij echt een schuldgevoel maar het was nog 500 meter lopen en Balinezen zijn veel sterker als wij Nederlanders.

Toen ik bij Gaia Oasis aankwam en afscheid had genomen van mijn chauffeur keek ik mij ogen uit. Vóór mij lag een grasveld met heel hoge palmbomen en iets verder was het strand met het weidse panorama van de zee. En verder niets dan rust en stilte. Dit is nu wat ik altijd zoek, een plek waar ik dichtbij mijzelf kan komen zonder afgeleid te worden. Even later werd ik naar mijn villa gebracht. Jazeker het is écht een villa ene zeshoekige woonkamer waarin een hemelbed staat en mooie teakhouten meubelen. Verder staat er een apart dagbed en een schrijftafel, allemaal heel sfeervol. De badkamer is buiten en de douche staat in een minituintje met een muur eromheen die is opgetrokken van platte stenen waarin als welkom hibiscusbloemen zijn gestoken. Buiten is er een grote veranda waaronder de zeewind voor verkoeling zorgt en waar een eettafel met stoelen staat. Bij de veranda is ook een complete keuken en een hangmat waarin ik heerlijk weg kan dommelen. Onder veranda is ook nog een héél groot betonnen ligbed waar wel 5 mensen op kinnen liggen en waarop heel veel kussens liggen. Ja…..en dan het uitzicht…….. Vanaf de veranda of vanuit mijn hemelbed kijk ik zo onder de palmbomen naar deze zee waar zo’n 15 meter van mijn villa catamarans van de vissers liggen. Ik hoor constant het geluid van de golven die op het strand rollen en dat maakt mij slaperig en loom. Verder hoor je hier niets, het lijkt wel het einde van de wereld. De sfeer is hier heel bijzonder en ook heel spiritueel. Bij het restaurant aan zee is een heel mooie grote ruimte waar elke dag yoga en meditatie wordt gedaan door mensen die daar zin in hebben.

Ja….en nu komt het culinaire gedeelte van mijn verhaal. Elke morgen is er hier aan zee een buffet dat is samengesteld uit produkten die men in de eigen tuin heeft gekweekt. Die tuin ligt vijf kilometer hier vandaan in de bergen waar het tweede Gaia Oasis is gelegen, op de hellingen van de bergen die ik vanaf hier kan zien. Er gaat elke dag een shuttlebusje dus ik ga daar morgen even kijken.

Het buffet is een feest voor de smaakpapillen. Eigen honing, zelf gebakken bruinbrood, omelet met groenten uit eigen tuin, vers fruit van eigen bomen, heel veel soorten koffie, verse ginger thee, lemongrass thee. En zo kan ik nog wel even doorgaan. De bediening bestaat héél lieve jonge mannen en vrouwen die alle tijd voor je hebben. Wat wil een mens nog meer.

Vanmiddag heb ik in een ongelooflijk lekkere salade gegeten van verse groenten en organische rijst met een dressing van olijfolie en honing. Ik at mijn vingers zowat op ! En daarna kwam nog een schotel met tonijn is een zoetzure saus waarin heerlijke kruiden waren verwerkt. Daarbij kwam een mangojuice die het helemaal compleet maakte. Je kunt hier echt proeven dat alles met zorg is bereid.

Ik kan niet uitleggen wat ik hier voel, maar na het drukke Lovina ga ik hier echt tot rust komen, dat voel ik gewoon. Echt, ik hoop dat Angela hier ooit met mij voor een langere periode naar toe wil gaan. Voor haar zal het een spiritueel paradijs zijn met zoveel yoga en meditatie als ze maar wil.

Vanmiddag ben ik twee keer wezen snorkelen in het heldere water van deze zee. Tien meter lopen naar het strand, snorkelbril op, een paar slagen zwemmen, en ik zag prachtige vissen. Ongelooflijk, zo dicht aan het strand en toch zoveel vissen, de een nog mooier als de ander. Zwart gele maanvissen die sierlijk langs mij kwamen gezwommen, en heel grote papagaaivissen in turqoise, blauw en lichtgroene kleuren. Sommige leken meer dan een halve meter groot maar dat komt ook omdat het glas van de snorkelbril vergroot. Ik ging pas uit het water toen ik moe werd want het was een heel mooie onderwaterwereld.

Het is duidelijk dat het management van Gaia Oasis heel veel respect heeft voor de natuurlijke omgeving van dit mooie plekje. Dat blijkt uit heel veel kleine dingen die ik hier tegenkwam.

Op mijn bed lag de volgende spreuk:

“Old beliefs must be abondoned

to accomodate new awareness”

Oude gewoonten moeten worden losgelaten om een nieuw bewustzijn te krijgen…

Angela heeft weer gelijk gehad…….

Kees

Ontmoeting met Agung Prana in het resort Puri Taman Sari, dat is gelegen in het kleine dorpje Umabian in het midden van Bali.

Ontmoeting met Agung Prana.

Het zier naar uit dat de regentijd op Bali dit jaar heel vroeg is begonnen. Normaal zijn de maanden december en januari de maanden waarin het veel regent, maar nu regent het al de hele week zolang ik hier ben. De zon heb ik nog bijna niet gezien maar vreemd genoeg deert het mij niet. Deze keer besteed ik mijn dagen voor een groot gedeelte aan het schrijven van mijn nieuwe boek en het praten met oude mensen die mij informatie kunnen geven over de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Daarom is het niet erg dat ik de zon moet missen terwijl ik anders een echte zonaanbidder ben.

Vanmorgen was het al om een uur of vijf beginnen te regenen. Het regende zo hard en het onweer was zou luid dat ik er wakker van was geworden en daarom zat ik al heel vroeg te schrijven op mijn laptop. Gewoon op bed met mijn laptop op mijn schoot en het boek “Bali” van J. Kersten als naslagwerk. Ik ben heel blij dat Inge Dümpel mij dit boek geleend heeft want er staat een schat aan informatie in over de tijd waarin mijn verhaal zich afspeelt.

Om een uur of elf was het opgehouden met regenen en kon ik even een bezoek brengen aan I Gusti Agung Sudiantara, een aardige jongeman die in maart met Olivia en Ruud is wezen wandelen toen zij elkaar het jawoord hadden gegeven in Umabian. Bagus Sudiantara, zoals hij zichzelf noemt, is van een hoge kaste en woont samen met zijn familie op een groot woonerf achter Puri Taman Sari. Het was een verassing om te zien hoe hij woont en hoe hij leeft en dat heeft veel te maken met zijn afkomst. Het woonerf zag er heel traditioneel en rijk uit en het was heel bijzonder hoe ik door de familie van deze jongeman werd ontvangen. Bagus Sudiantara liet mij het fotoboek van zijn bruiloft zien, eigenlijk was het een fotoboek van de “Prewedding”zoals hij het noemde. Het waren prachtige romantische foto’s die perfect bij mijn nieuwe boek zouden passen want ze waren in sepiakleuren wat de indruk gaf dat zij in lang vervlogen tijden gemaakt waren. Het was een heel leuk bezoek en het bevestigde nog eens hoe gastvrij de Balinezen zijn. Bagus Sudiantara was heel open over het liefdesleven van de Balinezen dat normaal verborgen blijft voor de buitenlandse gasten. Uit zijn verhaal blijkt dat er weinig verschil zit in de manier waarop zij met liefdesrelaties omgaan, en de manier waarop wij in het westen dat doen. Het was een bijzondere ervaring om dat nu een keer uit de mond van een Balinees te horen.

Na het bezoek aan Bagus Sudiantara was het weer opgeknapt en had ik tijd om even door de rijstvelden te gaan rennen. Het hardlopen was mij gisteren goed bevallen maar vandaag viel het tegen. Er hing een lome warmte die de nadering van een onweer aankondigde. Mijn benen voelden een beetje zwaar aan maar toch genoot ik van alles wat ik om mij heen zag. Ik rende over smalle paadjes door de rijstvelden en even later door het dorp Belayu waar ik weer terecht kwam bij het snelstromende beekje waar ik al zo vaak heb genoten van het dorpsleven dat zich daar afspeelt. Ook nu was er van alles te zien, zoals badende mensen, vrouwen die de was deden en spelende kinderen. Ik kwam weer terug bij Puri Taman Sari waar ik vanmiddag een gesprek zou hebben met de eigenaar van het complex Agung Prana. Die heeft Angela en mij vorig jaar meegenomen naar Villa Amertha in Pemuteran dat ook tot zijn organisatie behoort. We mochten daar van hem in een luxe villa wonen en dat was een belevenis die we niet snel zullen vergeten.

Agung Prana kwam breed lachend naar mij toe en stelde mij voor aan een vrouw die hem vandaag zou interviewen. Hij vond het jammer dat Angela niet bij mij was want hij wilde ons weer een gratis verblijf in Pemuteran aanbieden. Hij vroeg mij om aan Angela te vragen of ze volgend met mij mee wilde komen want hij wilde haar graag weer ontmoeten en haar laten genieten van een verblijf in het spirituele Pemuteran. Ik gaf Agung Prana een exemplaar van de Engelstalige versie van mijn boek “Love in the real Bali” waar hij heel blij mee was. De vrouw die hem zou gaan interviewen kreeg van mij ook een exemplaar en zij bood mij daarna aan om het boek te gaan vertalen in het Indonesich. Volgens haar was het een ideaal boek voor de studenten die op de Universiteit het vak toerisme als hoofdvak hadden. Ze zei dat de studenten via mijn boek konden zie westerlingen kijken naar het leven op Bali. Volgens haar zou het boek de studenten meer inzicht geven in de leefwijze en het gedrag van de toeristen op Bali en op deze manier zouden de toeristen volgens haar dan makkelijker het gedrag van de toeristen begrijpen. Het werd een heel interessant gesprek dat eindigde met een diner dat door Agung Prana aan mij een de interviewster werd anageboden. Het is geen toeval dat deze ontmoeting tot stand is gekomen, alles is voorbestemd, althans dat geloof ik nu steeds meer sinds ik een echte band met Bali heb gekregen. Toen ik laat op de avond naar mijn kamer ging was ik weer een stuk wijzer geworden over het leven op Bali en hoe de Balinees is zoals hij is. De gebeurtenissen van vandaag neem ik mee naar Belimbing waar ik morgen naar toe ga. Om negen uur komt Ketut mij ophalen en dan zijn we twee uur later in Belimbing waar ik in het resort Cempaka Belimbing Theojan en Jolande weer zal ontmoeten die morgen doorreizen naar Lovina. Ik ga nu slapen want ik ben moe van alle indrukken die vandaag op mij af zijn gekomen. Buiten valt de regen nog steeds loodrecht naar beneden en ik denk dat ik snel in slaap zal vallen in het hemelbed van mijn Mediterannee-achtige kamer…..

Umabian, een dorpje op Bali dat nog niet is aangeraakt door het massatoerisme.

Umabian

Vanmorgen heb ik in Ubud afscheid genomen van Ellen en Toine. Zij bleven nog een dag in dit steeds drukker wordende stadje wat vroeger een slapend kunstenaarsdorp was. Ketut kwam mij zoals altijd op tijd ophalen om mij naar Umabian te brengen. Het zou een uurtje rijden zijn en onderweg zouden we langs de mooie tempel van Mengwi komen. Omdat we onderweg elkaar heel wat te vertellen hadden vloog de tijd voorbij en waren we al in de buurt van Umabian voordat we er erg in hadden.

Ketut vertelde mij van zijn plannen om een stuk grond te kopen in de buurt van Batubulan. Hij wilde daar samen met Erni aan een nieuwe toekomst beginnen. De plek waar hij straks een huisje wil gaan bouwen ligt veel dichter bij Gubug waar de ouders van Erni wonen. Vanuit die plek is het voor Erni veel makkelijker om naar haar werk te gaan. Daarbij komt dat Erni en Ketut dan niet meer gebonden zijn aan de sociale verplichtingen die zij nu in Gubug en Denpasar hebben. Daarmee bedoel ik de verplichtingen om deel te nemen aan ceremonies etc. die met het Hindugeloof te maken hebben en die veel tijd en geld kosten. Hij heeft een stuk grond op het hoog dat ongeveer 20.000 euro kost. De prijs van de grond stijgt elk jaar en als hij nu niet koopt is het over een paar jaar helemaal niet meer te betalen. Erni kan via haar werk bij de overheid relatief goedkoop 10.000 euro lenen. Voor de rest is Ketut op zoek naar iemand die hem geld wil lenen. Als hij het geld bij een bank leent is hij meer dan 20% rente per jaar kwijt. Dat kan hij niet opbrengen en daarom wil hij aan iemand die hem het benodigde geld wil lenen per jaar maximaal 12% rente te betalen. Ik hoop dat het hem gaat lukken.

In het dorpje Umabian werd ik hartelijk verwelkomd door het personeel van Puri Taman Sari. Twee jaar geleden zijn Angela en ik hier ook geweest en dat zijn onvergetelijke dagen geworden, ook door de bruiloft van Ketut die wij toen hebben bijgewoond. Puri Taman Sari is de voormalige “buitenplaats” van de Radja van Mengwi, een van de vorsten van Bali. De geschiedenis is hier nog tastbaar aanwezig in de vorm van de gebouwen van vroeger die nog in authentieke staat aanwezig zijn. Hier logeren is terug gaan in de tijd en de geschiedenis herbeleven.

Ik kreeg een kamer in het complex zelf, aan het binnen plein waar Ruud en Olivia afgelopen maart hun bruiloft hebben beleefd met hun familie, vrienden en kennissen. Voor Ruud en Olivia zijn het onvergetelijke dagen geweest en ik vind het nog steeds jammer dat ik er toen niet bij kon zijn omdat de broers van Angela toen zo ziek waren. De kamer heeft een klein tuintje dat ommuurd is en waarin in het midden een douche staat. Zojuist heb ik heerlijk buiten gedoucht omringd door varens en hibiscusbloemen. Het geeft een gevoel dat ik niet kan beschrijven, als Adam in het paradijs…..

Na aankomst in Puri Taman Sari zijn Ketut en ik langs het beekje bij het naastgelegen dorpje Belayu naar het bungalowpark Villa Taman di Belayu gewandeld. Bij het beekje werd gebaad door vrouwen en er werd ook de was gedaan. Een herinnering aan mijn jeugdjaren kwam weer boven…….

Ketut zei tegen mij dat hij vandaag echt een vakantiegevoel had en hij genoot zichtbaar van de uren hier op dit ongelooflijk mooie plekje Bali dat nog niet is aangeraakt door het toerisme. Wat een contrast met Ubud waar elk stukje rijstveld wordt volgebouwd met bungalowparken en hotels. Zo jammer…..

In Villa Taman di Belayu werden wij door een Tjechische manager ontvangen en even later verschenen ook Theojan en Jolande die via mij geboekt hebben in dit mooie resort. Het was vandaag hun tweede dag op Bali en zij waanden zich in een waar paradijs, zo mooi vonden ze het. Het resort ligt verscholen in de rijstvelden tegen de bossen van het dorpje Belayu. Er zijn acht bungalows die in een halve cirkel rond een schitterende tuin staan en uitzicht hebben op de rijstvelden die nu grasgroen zijn. Ze lieten mij hun bungalow zien die een badkamer heeft in de vorm van een ommuurd privétuintje waarin een groot bad staat aan de rand van een vijvertje waarin grote vissen zwemmen. Op de avond van hun aankomst waren ze in het donker nog even in bad gegaan. Dat was een ongelooflijke belevenis want het was volle maan en zij lagen heerlijk buiten in het bad te genieten van de maan en de sterren boven hen. Het waren voor hen de eerste uren op Bali en die zullen ze niet snel vergeten…..

Vanmiddag ben ik met Theojan en Jolande wezen wandelen over een smal paadje tussen de rijstvelden. Boven ons pakten zich donkere wolken samen maar het bleef toch droog en daardoor konden we onze wandeling afmaken. Overal waren Balinese mannen en vrouwen aan het werk op het land en we konden overal wel even een praatje maken. Daarbij was het toch een groot voordeel dat ik Indonesisch heb geleerd want hier is het toerisme nog niet echt doorgedrongen en spreken de meeste inwoners van de dorpjes geen Engels.

We kamen weer terug in Belayu en ik name afscheid van Theojan en Jolande. Vanavond ga ik bij hen dineren in de tuin van hun mooie plekje en dat zal weer een belevenis zijn met de sterren en de volle maan als getuigen. Toen ik terugkwam bij Puri Taman Sari ontmoette ik de jonge Balinees die in maart met Ruud en Olivia en hun reisgenoten was wezen wandelen. Hij vroeg mij de hartelijke groeten te doen aan het bruidspaar. En nu ga ik nog een keer proberen of ik een internetverbinding heb want dat is tot nu toe niet gelukt.

Ik stuur jullie allemaal groeten uit Umabian, een dorpje van maar 600 inwoners waar het echte Bali nog steeds te vinden is.

Kees Smetsers

Mesa Verde, Black Canyon of the Gunnison en Glenwood Canyon

Mesa Verde, Black Canyon of the Gunnison, Glenwood Springs

In de afgelopen drie dagen heb ik door omstandigheden het verhaal van onze vakantie niet kunnen schrijven. Nu heb ik even tijd om in het kort weer te geven wat er de afgelopen dagen gebeurd is.

22 september: Mesa Verde

Op deze dag hebben we de lange rit gemaakt van Monument Valley naar Mesa Verde. Mesa Verde betekent letterlijk vertaald uit het spaans “groene tafel”. Dit bijzonder natuurgebied ligt op een groen plateau, vandaar de naam. We logeerden er in Morefield Campground. Toen we daar onze campers gestald hadden reed Ben ons in zijn camper naar het museum van Mesa Verde. Dit museum ligt bij een kleine kloof waar in de rotsen grotten waren waarin eeuwenoude woningen van Indianen te zien waren. Helaas barste er een enorm onweer los toen we daar waren en de regen viel met bakken uit de hemel. Toen het even wat minder regende daalden we af naar de grotten om naar de woningen van de Indianen te kijken. Het was heel interessant om te zien hoe deze mensen geleefd hebben en dat gold ook voor het museum waar de leefwijze van de Indianen heel mooi was uitgebeeld. Ondanks het slechte weer reden we met een voldaan gevoel terug naar onze camping. Voordat we gingen eten wilde ik even naar het toilet gaan en toen zag ik een paar mensen staan die foto’s aan het maken waren van een object dat ik niet zag. Ik liep er naar toe en toen bleek dat ik net te laat was want er was een donkerbruine beer gezien die ongeveer een minuut geleden weer het bos was ingelopen. Het was de afsluiting van een bijzondere dag.

23 september: Black Canyon of the Gunnison

De volgende dag vertrokken we voor een nog langere rit, deze keer van Mesa Verde naar Black Canyon of the Gunnison. Onderweg zagen we weer herten die op een paar meter van onze camper bleven staan. Dat is hier heel gewoon, heel anders als bij ons waar de herten heel schuw zijn. Tijdens de rit vandaag veranderde het landschap drastisch en het werd steeds groener zodat het leek of we in de bergen van Oostenrijk reden. Op een gegeven moment reden we in een sneeuwlandschap met witte bergtoppen en bomen die bedekt waren met een laagje sneeuw. Ik had mijn korte broek aan en toen we even in de sneeuw stopten had ik het erg koud. Maar het was wel heel leuk om sneeuwballen te gooien en mijn medereizigers te proberen te raken. Na een uurtje winter daalden we weer af en kwamen we uiteindelijk aan bij onze bestemming. The Black Canyon of Gunnison is een heel diepe kloof met grijze rotsen. Er waren een stuk of dertien punten waar een mooi zicht op de kloof was, maar die hebben we allemaal niet gezien want het begon al laat te worden en er moest nog gekookt worden. Na het eten gingen Angela en ik nog een wandeling langs de kloof maken want we wilden de herten zien die we een uur geleden bij onze camper hadden gezien. Het begon donker te worden en we moesten maken dat we terugkwamen. Het werd steeds donkerder en we moesten nog een heel stuk lopen. Plotseling stopte er een auto en die bood ons aan ons bij de camping af te zetten. Het bleek een jong Russisch stel te zijn dat hier op vakantie was. Wat een belevenis weer….

24 september: Glenwood Canyon

Vandaag hebben we 280 kilometer gereden van Black Canyon of the Gunnison naar Glenwood Canyon. Een mooie maar wel vermoeiende rit door de hoge bergen waarvan sommige met sneeuw. De loofbomen (voornamelijk berken) staken prachtig af tegen het wit van de bergtoppen met hun geel-rode- oranje kleuren. Op een gegeven moment zaten we ongeveer op 3500 meter hoogte en werden de afgronden steeds dieper. Ik ben niet zo’n held in het rijden in de bergen en daarom kostte het mij veel energie. Gelukkig gingen we na een paar uur weer dalen en lagen de honderden haarspeldbochten achter mij. We kwamen in het dropje Red Stone waar vroeger steenkool geproduceerd werd waarvan de ovens nog te zien waren. Daarna reden we weer door totdat we het stadje Glenwood bereikten. De dames in ons gezelschap wilden dit interessante stadje graag zien dus reden we naar het centrum. Daar miste ik op een haar een dikke tak van een boom die de luifel van mijn camper bijna afrukte. Ook Henk had geluk want die tikte nog een verkeersbord aan. Onze beschermengeltjes waren vandaag duidelijk aanwezig. De dames bleken met interesse hebben voor de winkels dat het overige en we kwamen met een paar tassen inkopen weer terug bij de camper. Ikzelf had een mooie Levis-broek gescoord en ook nog een Sherpa-shirt dat ik goed kan gebruiken bij het hardlopen. Op de camping Glenwood Canyon Resort staan we pal bij de rivier waar we constant het geluid van het stromende water horen. Ik ben meteen gaan hardlopen en tot mijn verassing bleek er een heel mooi fietspad langs de rivier te liggen. Anderhalf uur lang heb langs de snel stromende rivier door een diep Canyon gelopen. Een heel bijzondere belevenis was dat zo in de late uren van de dag. Tijdens het laatste half uur begonnen mijn benen zeer te doen van de lange rit (280 kilometer) en de 15 kilometer hardlopen, zeker toen de laatste anderhalve kilometer redelijk steil omhoog liepen. Maar ik dacht aan de gehandicapte kinderen op Bali die tijdens hun operatie en revalidatie heel veel pijn moeten lijden omdat hun spieren opgerekt moeten worden. Zij doorstaan de pijn met een grote volharding want ze willen leren lopen. Deze gedachten hielp mij om de training van vandaag af te maken. Ik ben klaar voor de halve marathon van Eindhoven die Henk van Gerven en ik op zondag 13-10 in Eindhoven gaan lopen voor de gehandicapte kinderen op Bali.

Ik ga deze email nu afsluiten met heel veel lieve groeten. Morgen is onze laatste dag en overmorgen vliegen we weer naar huis. Het was een heel bijzondere vakantie die mij weer een paar levenslessen heeft gebracht…..

Kees

Monument Valley: Navajo Indianen (en mosterd na de maaltijd)

Monument Valley: Navajo Indianen en mosterd na de maaltijd.

Vanmorgen (21/9) werd ik weer om kwart voor zes wakker toen het eerste flauwe zonlicht door het dakraam van onze camper naar binnen voel. Ik trok snel mijn hardloopschoen aan en zei tegen Angela dat ik over een uur weer terug zou zijn. Angela hoorde het aan en kroop met een slaperig gezicht weer onder het dekbed dat ons ’s nachts warm houdt. Ik liep naar het strand van Lake Powell en begon daar aan de 10 kilometer die ik vandaag zou gaan lopen. Aan de westkant van het immens grote meer was de nacht afscheid aan het nemen en de volle maan zakte langzaam achter de horizon tegen een donkerblauwe lucht. Aan de oostkant van het meer was de zon op aan het komen en begon de lucht rood te kleuren. Het was al een graad of vijftien en er waaide een flauw briesje dat de slaap in mijn ogen verdreef. Op het meer lagen diverse vissersbootjes te dobberen en aan de overkant rezen machtige rotsen omhoog. Het lijkt hier een beetje op het zuiden van Thailand waar in Krabi en Phang Nga ook steile rotsen uit zee oprijzen. Ik voel me hier echt fijn en verbonden met de natuur om mij heen. Misschien komt dat omdat ik een Waterman ben, ik weet het niet. Het hardlopen was weer echt genieten en omdat we hier afgedaald zijn naar zo’n 1200 meter had ik ook heel veel lucht. Toen ik weer bijna terug was op onze camping zag ik een paar grote hazen die hier “Jackrabbits” worden genoemd. Angela zat al buiten bij de camper te genieten van de frisse ochtend en de mooie zonsopgang. Ik ging lekker douchen in onze camper en toen ik een Griekse yoghurt met muesli en noten had gegeten was ik helemaal klaar voor de reis naar Monument Valley die we vandaag zouden gaan maken.

Zoals bijna elke dag vertrokken we om 08.00 uur voor de 125 mijl lange tocht die we vandaag zouden gaan maken. Vandaag rijden we naar Monument Valley , het natuurpark dat vroeger het gebied was van de Navajo Indianen. Hun land is afgenomen door de mensen die zich pioniers en kolonisten noemden, maar het waren gewoon dieven. Ongeveer 40 jaar geleden ben ik ook in dit gebied geweest en ik vond het toen al heel triest hoe de Indianen in Amerika behandeld worden. Hun land en hun cultuur is hun afgenomen en ze wonen nu in reservaten die gevestigd zijn in dorre gebieden. Ze hebben geen werk en zijn echt arm. Het is triest om te zien hoe deze trotse mensen zijn afgegleden naar een bestaan dat eigenlijk niet menswaardig is. Dat is de schuld van het kapitaal waarvoor alles moet wijken. Lake Powell bijvoorbeeld was vroeger een klein meer. Uit economische motieven zijn destijds een groot aantal dorpen onder water gezet zodat het meer veel groter kon worden en het toerisme een grote vlucht kon nemen. De mensen die in de dorpen woonden moesten naar andere plaatsen verhuizen en er ging waardevolle cultuur verloren.

Vandaag zouden we regelmatig Indianen tegenkomen en ik had echt het gevoel dat deze mensen niet gelukkig zijn. In hun karakteristieke gezichten was het verdriet en de ellende af te lezen. Ze zijn allemaal heel dik vanwege het ongezonde eten en de leefwijze die ver van hun oorsprong en cultuur afstaat. Echt triest….

Onderweg naar Monument Valley verraste Ben ons met een Indiaanse rommelmarkt. De Indianen uit dit gebied verkopen daar alles wat ze kwijt willen, veel rommel maar ook zelf gemaakte kettingen en andere vormen van handarbeid. Petra en Angela kochten er een halsketting en ik een gebruikte CD van Shania Twain. Even later reden we weer verder in onze camper met de muziek van deze CD in onze oren.

Het duurde niet lang meer of we kregen honger en dorst. We stopten bij “Anasari Inn” waar een zwerver buiten zijn roes lag uit te slapen. Binnen was het druk met Indianen die grote hamburgers met cola en friet zaten te eten. Jullie raden het al, wij konden niet aan de verleiding weerstaan en wilden natuurlijk ook zo’n ongezonde Amerikaanse hap naar binnen werken. Het smaakte niet slecht maar de toast van Henk was wel ontzettend vet. Henk wilde wat mosterd bij zijn friet doen en pakte een fels vloeibare mosterd die op tafel stond. Daar stond op “shake well” en dat deed Henk dus ook. Daarna sloeg hij tegen de onderkant van de fles om er zeker van te zijn dat de fles goed geschud was. Hij wist niet dat de dop er los op zat en ja hoor, de inhoud van de fles vloog over de kleren van Petra die naast hem zat. Ze zat werkelijk van boven tot onder vol met mosterd en er hing zelfs mosterd in haar haren. We lachten ons eigen krom maar Henk keek toch wel een beetje verbouwereerd. Gelukkig voor hem kon Petra de humor van de situatie ook wel inzien en toen ze in de camper nieuwe kleren had aangetrokken konden we weer verder rijden.

Een half uurtje later waren we in Monument Valley waar we nu logeren op Gouldings Monument Valley Camp Park, een camping die prachtig gelegen is tussen hoge rode rotsen. Nadat we onze campers hadden gestald reden we met “mijn “ camper naar het Visitorscentre van Monument Valley. Omdat het een State Park is konden we onze Pass niet gebruiken en moesten we 30 dollar entree betalen voor ons zessen. Dat ging nog wel, maar toen we gingen informeren wat een ritje in een jeep langs de rotsen kostte bleek dat 70 dollar per persoon te zijn. Dat vonden we echt teveel van het goede en daarom gingen we maar foto’s maken van de bijzondere rotsformaties die hier loodrecht op de vlakte oprijzen. Dit gebied heeft als decor gediend voor ontelbare Westernfilms en John Wayne beschouwd Monument Valley als zijn favoriete gebied. Vroeger leefden hier de Navajo Indianen maar die zijn verdreven en u is er alleen nog maar commercie. Heel erg jammer dat zo’n gebied verziekt is door het grote geld. We hadden er allemaal een naar gevoel van ondanks dat het er zo mooi is.

Maar goed, we zijn toch blij dat we dit mooie stukje natuur gezien hebben en het heerlijke eten van Ben en Mieke in de openlucht op onze camping maakte de dag helemaal af. Morgen rijden we richting Mes Verde en dan is het einde van onze vakantie intussen heel dichtbij gekomen. Maar we genieten nog een paar dagen van al het moois hier en natuurlijk ook van het heerlijke weer en de stralend blauwe lucht die we hier elke dag zien. Het is nu acht uur ’s avonds en over anderhalf uur liggen we al weer in bed onder een sterrenhemel. We gaan hier vroeg naar bed want we staan elke dag ook weer vroeg op. Of ik morgen weer ga hardlopen weet ik nog niet. Ik ga nu eerst proberen om dit verhaal te versturen en dat is best moeilijk hier want de WIFI is hier heel langzaam. Ik stuur jullie in ieder geval de hartelijk groeten van ons allemaal.

Kees

White Pockets, Lake Powell en Antilope Canyon.

White Pockets, Lake Powell en Antilope Canyon

Voor ik mijn verhaal over gisteren (19/9) en vandaag (20/9) ga vertellen wil ik eerst Mieke de Haas bedanken voor de geweldige organisatie van onze Amerika reis. We zijn nu bijna drie weken onderweg en onze vakantie in het Wilde Westen van Amerika loopt op zijn einde. Ik kan niet anders zeggen dat Mieke de reis perfect heeft geregeld. En dat is zeker een compliment waard gezien de grote zorgen die zij de afgelopen maanden heeft gehad over haar eigen gezondheid en de gezondheid van Ben. Het is wel duidelijk geworden dat Mieke een groot organisatorisch talent heeft. Alle reserveringen van de campings waren perfect in orde. De route door Amerika klopte perfect. Alle splitsingen van wegen werden accuraat doorgegeven aan de rest van de “kolonne” campers. Echt geweldig gedaan Mieke. Het doet mij en de andere medereizigers deugd dat jullie gezondheid het weer toelaat om deze toch vermoeiende reis te maken.

Ik wil ook een compliment maken aan al onze medereizigers. Allemaal hebben ze laten zien te beschikken over een goed aanpassingsvermogen en flexibiliteit. Het valt immers niet mee om in een groep bijna vier weken lang lief en leed met elkaar te delen. Ik moet zeggen dat het prima is verlopen en daar kunnen we allemaal blij mee zijn. Bedankt allemaal.

En nu mijn verhaal van de laatste twee dagen.

Gisteren zijn we vanuit Paria Outpost met Brett en Dallas als gidsen in twee jeeps bijna een hele dag dwars door de “bush” naar het natuurpark “White Pockets” gereden. In deze omgeving mogen elke dag slechts een gelimiteerd aantal personen komen, maar wij hadden toestemming gekregen. Het was er echt ongelooflijk mooi en we zijn allemaal blij dat we dit hebben meegemaakt ondanks de hoge prijs die wij moesten betalen om deze excursie mee te mogen maken ( 150 dollar per persoon).

Toen we weer terug waren bij Paria Outpost zijn we meteen vertrokken naar Lake Powell waar we nu logeren op de Wahweep camping die pal aan het meer ligt. Onze campers hebben daarom allemaal een prachtig uitzicht over het meer en de omringende bergen. De avond van gisteren was heel gezellig onder de luifel van onze camper. Met z’n zessen genoten we van het heerlijke diner dat Angela had klaargemaakt. Zelf had ik op een van de afgelopen dagen een grote duitse chocoladetaart gekocht en die smaakt ook erg goed. Het was echt genieten in het licht van de volle maan die Lake Powell in een heel mooi sfeervol plaatje veranderde.

Vandaag (20/9) had ik besloten een “dag vrij te nemen”. De klok was een uur terug gezet (Arizonatijd) en daarom was het al vroeg licht. Om half zeven begon ik aan een anderhalf uur lange toch langs Lake Powell waarvan de oppervlakte van het water zo glad als een biljartlaken was. De opkomende zon gaf het water een rode gloed en de bergen kregen de zelfde kleur. Wat was het fijn om zo 15 kilometer lang langs het water te lopen ! Soms door het losse zand, dan weer langs de branding waar het zand wat harder was. Lekker mijn spieren op te proef stellen, een training voor de halve marathon van Eindhoven die Henk van Gerven en ik op 13-10 in Eindhoven gaan lopen voor de gehandicapte kinderen op Bali (er is al meer dan 1.000 euro binnen gekomen op rekening 1594.05.432 !) Ik had het T-shirt van “Stepping Stones Bali” aangetrokken dat Henk van Gerven voor mij heeft gemaakt, maar op een gegeven moment kreeg ik het warm en heb ik het maar weer uit getrokken. Een flauw briesje verkoelde mijn huid en ik genoot van het contact met de elementen om mij heen. Wat geweldig dat ik dit kan, ik ben daar heel dankbaar voor. Op een moment als dit krijg je een verbinding met de natuur om je heen en dat vind ik geweldig. Het is ook de reden waarom ik vandaag hier bij het meer ben gebleven terwijl Angela en de anderen naar Antilope Canyon zijn gegaan. Ik zal zeker heel mooie dingen missen omdat ik niet mee ben gegaan, maar ik “ben” hier nu en dat is voor mij ook belangrijk.

Na bijna een uur en vijfenveertig minuten hardlopen (ruim 15 kilometer) kwam ik weer terug op de camping waar heerlijke Griekse yoghurt met muesli op mij wachtte, en Angela natuurlijk. Toen zij naar Antilope Canyon vertrokken was met Henk, Petra , ben en Mieke, ging ik weer naar het strand om daar te gaan zwemmen in het frisse water. Dat voelde fantastisch aan en mijn toch wel een beetje vermoeide spieren ontspanden zich helemaal. Langzaam zwom ik langs het strand door het heldere water en liet mijn lijf verwennen door de frisheid en de tintelingen die zuiver water met zich meebrengt. Een geluksgevoel kwam over mij, waarom, dat is moeilijk uit te leggen.

Na een paar uurtjes ging ik weer terug naar de camping om “de was te gaan doen”. Als je reist zoals wij kun je niet zo vaak je kleren wassen en krijg je op een gegeven moment een “vies gevoel”. Daarom heb ik alle vuile was van Angela en mij verzameld en heb in de “laundry” een volle wasmachine gedraaid en daarna gedroogd in de droger. De was kwam er niet echt droog uit en daarom heb ik hem op de tafel bij onze camper nog wat laten drogen in de zon. Op dat moment kwamen Angela, Petra, Henk, Ben en Mieke terug van Antilope Canyon. Angela was dolenthousiast over wat ze had gezien en ze liet mij haar foto’s zien. Die zijn heel mooi. Helaas lukt het mij nog steeds niet om ze op mijn website www.keessmetsers.reismee.nl te zetten. Maar een paar staan wel op mijn facebookpagina. Straks als ik thuis ben ga ik ze ook op mijn website zetten.

Ik ga dit verhaal afsluiten met heel veel lieve groeten aan jullie allemaal. Voor mijn zus Ria stuur ik beterschapswensen en ik hoop dat zij niet teveel last heeft van haar gebroken pols. Een speciale groet voor mijn moeder die mij dit mooie leven geschonken heeft en waaraan ik zoveel te danken heb.

Kees Smetsers

Red Canyon en Coral Pink Sand Dunes State Park.

Red Canyon en Coral Pink Sand Dunes State Park

“Geen tijd om stil te staan

Al het moois is zo snel voorbij gegaan

Eén oogopslag, een klik van de camera, geen tijd om te beleven

Wat op mij indruk maakte, het duurde maar even

Verbindingen met de natuur zijn niet ontstaan

Want ik ben veel te snel weer weg gegaan”

Vanmorgen (18 september) is ons groepje om half zes opgestaan want we wilden de zonsopgang bij Bryce Canyon gaan bekijken. Mieke ging niet mee want die was te vermoeid van de afgelopen dagen. Op onze camping was het een huisregel dat er tot 07.00 uur stilte moest zijn en daarom stonden wij in dubio of we het wel konden maken om met een ronkende motor van onze camper weg te rijden en iedereen om ons heen wakker te maken. Met meerderheid van stemmen besloten we toch maar te vertrekken, maar wel voelden ons wel een beetje “asociaal”. Dat gevoel bleef bij ons en het verdween pas toen we in de koplampen van onze camper de eerste herten zagen verschijnen die langs de weg stonden te grazen en opkeken van de vroege vogels die al op pad waren. We waren de enige auto op de weg naar het natuurpark en toen we het park inreden bij de ingang voelden we ons nog steeds een beetje onbehaaglijk. We wisten niet zeker of het wel geoorloofd was om zo vroeg het park in te rijden. Maar dat gevoel verdween toen we bij de rand van de Canyon kwamen en er steeds meer toeristen verschenen die de zonsopgang wilden zien.

Het duurde zeker tot 07.00 uur voordat de zon boven de horizon verscheen en de prachtige sculpturen van Bryce Canyon in volle kleur zette. Het was niet zo spectaculair als we verwacht hadden maar het was toch wel de moeite waard om ervoor uit bed te komen. We besloten het natuurpark verder in te rijden en toen we weer op weg waren zagen we overal herten die in de weilanden tussen de bomen stonden te grazen. Ze bleven gewoon staan en op een gegeven moment was er een die maar een paar meter van onze camper met glanzende ogen naar ons stond te kijken. Ze liep niet weg en was niet bang en dat gaf ons de gelegenheid om het dier van heel dichtbij te bekijken. Een heel mooi moment dat onze ochtend speciaal maakte.

Op de terug weg hebben het nog even over onze vakantie tot nu toe gehad. Tijdens dat gesprek bleek dat iedereen van ons groepje toch wel tot de conclusie was gekomen dat wij teveel hooi op onze vork hadden genomen. Het was beter geweest als we wat minder natuurparken hadden bezocht en meer dagen zouden hebben gereserveerd waarop we minder zouden moeten hoeven rijden. Nu zijn we allemaal regelmatig echt moe van het vele rijden en de hoeveelheid ervaringen die op ons af komen. Allemaal verlangen we naar dagen waar we ergens wat langer kunnen blijven en gelukkig komen die dagen nu ook in Paria Outpost en Wahweap (Page). Zelf heb ik vooral de eerste dagen van deze vakantie veel moeite gehad met het feit dat we elke dag weer verder reisden en dat we weinig tijd hadden om even tot rust te komen, even stil te staan. Het was voor mij een nieuwe ervaring want ik reis meestal op een heel andere manier. Ik realiseer mij dat wij gezamenlijk besloten hebben om op deze wijze door Amerika te gaan reizen en ik wil mij daarom zeker niet beklagen. Het is voor mij zelf, maar ook voor mijn medereizigers een wijze les geweest. Al met al is het toch een heel fijne vakantie, maar het is goed dat dit onderwerp nu op tafel is gekomen. Het positeive is dat we eigenlijk allemaal tegen het zelfde zijn aangelopen en dat wij dat nu van elkaar weten.

Na de ochtend in Bryce Canyon hebben we een weer fitte Mieke opgehaald op onze camping en vertrokken we voor onze redelijk lange rit naar Paria Outpost bij Page. Onderweg kwamen we langs het natuurpark Red Canyon State Park waar we een korte wandeling maakten. Het is een prachtig park met felrode rotsen, een park dat uitnodigt tot lange wandelingen. Wij deden dat echter niet en we reden verder zuidwaarts totdat we bij Coral Pink Sand Dunes State Park kwamen. Een park dat lijkt op de Drunense Duinen en eigenlijk vind ik onze eigen Drunense Duinen mooier dan dit park. Er waren een stelletje Amerikanen aan het crossen en dat maakte het er allemaal niet mooier op. We besloten om er maar even te lunchen in de schaduw (het was weer erg heet) en toen reden we weer verder naar het zuiden. In het plaatsje Kenab hebben we gepind en inkopen gedaan want in Paria Outpost is helemaal niets. Met een volle koelkast arriveerden we een uurtje later in Paria Outpost. Dat is een camping die eigenlijk geen camping is. Er staat een gebouw met een fijne veranda waaronder je van de omgeving kunt genieten en verder is er een omheinde “corral” waar paarden lopen. Toen we er aankwamen voelden we ons meteen thuis. Er heerste volmaakte rust en naast onze drie campers stond er nog maar een camper meer. We werden welkom geheten door het echtpaar dat ons morgen de hele dag in een jeep rond zal gaan rijden en het unieke natuurreservaat “White Pockets” en dat belooft een van de hoogtepunten van onze reis te worden.

Na een heerlijk diner op de veranda (Ben en Mieke hadden weer eens heerlijk gekookt) gingen we nog even naar het kleine natuurpark “Toadtools” waar we in de schaduw van de hoge rotsen een wandeling maakten naar een plek waar heel bijzondere sculpturen stonden die bij onze aankomst nog net verlicht werden door de ondergaande zon. We moesten snel terug want het werd donker, maar de volle maan verscheen aan de horizon en hielp ons de weg terug te vinden. Het was een mooi einde van de dag die we besloten mat een lekkere “Budweiser” (bier) en een dito Zipfandel (wijn) op de veranda van het gebouwtje op het terrein waar onze campers staan. En nu ga ik slapen want morgen gaan we de hele dag op pad met de eigenaren van Paria Outpost die ons met hun jeep een heel bijzonder stukje Amerika laten zien…………..

Jullie hebben allemaal de hartelijke groeten van ons zessen en natuurlijk wensen wij Ria Smetsers een snel herstel van haar gebroken pols.

Kees Smetsers

Bryce Canyon (USA)

Bryce Canyon (Utah, Amerika)

Een mens is slechts een voorbijganger op Moeder Aarde.

Zij geeft hem leven en schoonheid.

In de vorm van de natuur die de mens alles biedt wat hij nodig heeft.

Dieren, bomen, planten, bloemen, water en wind.

Moeder Aarde geeft alles wat zij heeft.

En wat doet de mens ?

Hij verbrandt de Amazone en vernietigt bossen.

Hij verontreinigt de zee met eilanden van plastic.

Hij vernietigt diersoorten totdat ze er niet meer zijn.

Want hij denk dat hij Moeder Aarde kan bezitten.

Terwijl hij slechts even hier mag zijn.

Want hij is slechts een voorbijganger……

Toen we vanmorgen in onze campers vanaf het natuurpark Capitol Reef naar onze volgende bestemming reden dacht ik aan het bovenstaande. Hier in het midwesten van Amerika wonen bijna geen mensen. De natuur is er bijna nog ongerept en toont zich in al haar schoonheid. Hier wordt goed voor Moeder Aarde gezorgd. Je ziet er nergens vuilnis langs de straten. Je ziet er geen graffiti op de huizen. De natuurparken zijn er goed onderhouden en de mensen die er zijn tonen respect voor de natuur. Dat kun je merken aan de dieren die er leven. Ze zijn minder bang voor de mensen en laten zich makkelijk zien en benaderen. Je voelt hier de oerkracht die er in de natuur aanwezig is. Een kracht die veel groter is dan alles wat de mens met zijn moderne technieken teweeg heeft gebracht. Als je de tijd hebt en er voor open staat dan kun je hier voelen wat ik bedoel….

Tegen een uur of drie bereikten we vandaag (17 september) ons volgende logeeradres, te weten Ruby’s Inn RV Campground in Bryce Canyon National Park. Het inchecken duurde langer dan normaal omdat er een misverstand was en de man achter de receptie niet begreep dat wij onder verschillende namen drie plaatsen hadden gereserveerd. Toen dat was opgelost konden we onze staanplaatsen opzoeken en even later waren we in een shuttlebusje op weg naar de Canyon die wereldberoemd is. Dat merk je ook wel want het is hier overal druk en dat is een beetje jammer. Bryce Canyon is een prachtig park maar het is hier ook wel heel commercieel geworden. Jammer is dat, maar het is de prijs die wij allemaal betalen voor het toerisme.

Toen we bij de Canyon aankwamen werden we stil van de aanblik die dit wonder van de natuur ons bood. Een kloof met honderden, misschien wel duizenden, torens van steen in oranje-rode-terracotta kleuren. Echt een ongelooflijk schouwspel. De zon speelde met de kleuren en zo rond drie uur was de stand van de zon dusdanig dat het leek of de torens in vuur en vlam werden gezet. Angela en ook Ben, Mieke, Henk en Petra hebben er prachtige foto’s van gemaakt. Ik ga proberen die op deze site te zetten, maar tot nu toe is dat niet gelukt. Het was in ieder geval een middag die nog wel even in ons geheugen zal blijven hangen. Ik hoop dat dit stukje natuur behouden zal blijven en dat de mens er met respect zal blijven omgaan. Want de natuur is de basis van ons leven. Zonder de natuur zijn wij helemaal niets….

Kees

.