Pantai Pasir Putih, twee keer geluk.
Vandaag zouden we met een catamaran naar Pantai Pasir Putih gaan, een wit strand in de buurt van Candidasa.
Na het ontbijt zagen we de Balinese man al staan, die op ons stond te wachten. We pakten onze super de luxe snorkelbrillen en stapten in de catamaran.
Dat ging bij mij niet makkelijk want ik heb nog steeds veel problemen met mijn verdraaide knie. Daardoor kan ik niet hardlopen, niet zwemmen, niet fietsen en zelfs wandelen is pijnlijk. Het zal een tijdje vergen voordat ik alles weer kan. Het meest pijnlijke is dat ik de hele marathon van Hulst naar Terneuzen, die ik zaterdag met mijn vrienden van de Bali Runners zou gaan lopen, niet kan doen. Dat is echt een tegenvaller wantuik heb hier op Bali hard getraind en ik was er helemaal klaar voor. Zestien keer in 21 dagen heb ik hier in de vroege morgen hard gelopen, ook in de bergen waar het stijgingspercentage sons meer dan 8% was. En nu is het bij de laatste training fout gegaan. Jammer, maar het is zoals het is en het komt zoals het komt.
De motor werd gestart en langzaam gleden we het water op, dat zo glad was als een biljartlaken.
Op ons verzoek zette de Balinese jongeman koers naar de drie lava eilandjes, die als drie toppen van bergen boven het water uitstaken. Ooit zijn ze gevormd door een uitbarsting van lavan onder het water en nu zijn ze begroeid met kleine bomen en struiken.
Toen we bijna bij de drie kleine eilanden waren riep onze Balinese stuurman plotseling " penyu !". Dat betekent schildpad en die zagen we inderdaad. Een grote schildpad gleed een paar meter van ons bootje sierlijk door het wateroppervlak, terwijl hij/zij nieuwsgierig om zich heen keek. Wat een prachtig gezicht was dat, ons eerste geluksmoment van deze dag.
Het begon langzaam warm te worden, maar toch was het genieten met al het moois om ons heen. Het duurde niet lang of we zagen in de verte het witte strand Pantai Pasir Putih, waar heel veel kleurrijke catamarans van vissers een prachtig decor vormden met de groene palmbomen en de hoge bergen, die de baai omringen. Ons bootje gleed het strand op en werd door sterke Balinese mannen het strand opgetrokken.
We liepen naar het gedeelte van het strand, waar het water glashelder en turquoise van kleur is. De bodem bestaat daar uit wit zand zonder stenen of koraal, dus super om in te zwemmen. Als je op het strand staat en naar zee kijkt is het dus het linker gedeelte.
We liepen naar de bedjes en parasols die daar bij de eettentjes staan. We beloofden de eigenaresse dat we in haar eettentje zouden eten want dan waren de bedjes, handdoeken en parasols gratis. Zo gaat dat hier.
Angela en ik gingen bij het rechtergedeelte van het strand snorkelen, waar sinds kort ook een klein zwembad is bij een tempel. Ik vroeg mij af of dat bij mij zou lukken, want ik kon mijn benen niet genoeg buigen om te kunnen zwemmen. Maar bij het snorkelen blijf je goed drijven en kom je met je handen toch vooruit.
Tot mijn verrassing was het koraal daar prachtig met heel veel vormen en kleuren. Ook zwommen er heel veel mooie vissen. Plotseling werd ik door Angela op mijn schouder getikt en zij wees mij naar een plek onder mij. Toen zag ik de grote schildpad die langzaam omhoog zwom, een paar meter voor ons. Met trage slagen zwom ze naar het wateroppervlak om even adem te halen (denk ik) en toe zwom ze weer naar beneden. Ademloos keek ik naar het mooie dier. Dit was echt ons tweede geluksmoment van deze dag.
Toen ik even later op mijn strandbedje zat te genieten van een lekkere capcay met rijst, was ik nog steeds onder de indruk. Even later ging ik zwemmen en kwam in het water een Duits stel tegen, waarvan de vrouw haar haarband was verloren, die nu op de bodem lag. Ze vroegen of ik die haarband op kon duiken. Maar dat lukte niet met mijn super de luxe snorkelbril. De man van het echtpaar kwam toen met een lange boomtak aandragen. Met die tak zwom ik zo goed en kwaad als ik kon (mijn knie werkte niet mee) naar de plek waar de haarband lag en toen ik kon ik met de lange tak de haarband naar het wateroppervlak tillen. Weer twee mensen blij.
Het werd echt een bijzondere dag voor Angela, Ria en mij. Een dag dicht bij de natuur en ver van het massatoerisme, want hier zijn geen hotels en alleen maar eenvoudige eettentjes van de plaatselijke bevolking.
Eenvoud is de weg naar geluk...
Kees Smetsers
Candidasa, schildpadden in de golven.
Toen ik vanmorgen in Candiasa wakker werd in de supermooie bungalow van Kelapa Mas Bungalo, maakte het eerste wat ik vanuit mijn slaapkamer zag mij heel blij. Ik zag de zee tussen Candidasa en het eiland Lembongan die nu nog heel rustig was omdat het laag water was. De zon was aan het opkomen boven de horizon en gaf de hemel prachtige kleuren met pasteltinten, waarmee de palmbomen bij het zwembad voor mijn bungalow een heel mooi decor vormden. Mooier kan het bijna niet. Ik verlangde er naar om weer te gaan hardlopen, maar ik wist dat dit deze vakantie niet meer zou lukken. Gisteren had ik mijn knie verdraaid en die voelde nu helemaal niet goed.
Als het zo blijft dan kan ik de marathon van Hulst naar Terneuzen van 20 april, waarvoor ik heb ingeschreven, niet gaan doen. Zó jammer want ik zou met vier loopmaatjes van de Bali Runners gaan.
Om toch nog proberen te herstellen liet ik mij in de prachtige tuin van Kelapa Mas Bungalo masseren door een oude Balinese man (74 jaar). Die deed echt zijn best om mij op een traditionele manier te verlossen van mijn ongemak. Morgen zal ik weten of het gaat helpen.
Even later kwam Putu Yusi uit Sidemen met haar twee zoontjes op bezoek en die hebben bij ons een heel mooie dag beleefd.
Ze gingen met ons naar de grote schildpadden kijken, die hier in de golven rondzwemmen bij de muur, die het kleine strandje van Kelapa Mas Bungalo beschermt. Bij elke hoge golf kwamen ze even boven water, soms wel vier tegelijk, allemaal groter dan een halve meter. Wat een prachtig gezicht.
Het water kwam steeds hoger en daardoor kregen we regelmatig een douche van de metershoog opspattende golven, die tegen de muur te pletter sloegen. Wat een heerlijk gevoel gaf dat om even verbonden te zijn met de elementen van Moeder Natuur (zie foto's).
Rond een uur of zes namen we afscheid van Putu Yusi en haar zoontjes. Daarna gingen we eten bij het restaurant Astawa, waar we een "Seafoodplatter" bestelden met gegrilde Mahi Mahi, gegrilde inktvisringen, gegrilde reuzegarnalen en natuurlijk lekkere frieten. Dat was weer smullen. Ondanks het ongemak van een verdraaide knie werd het toch weer een heel leuke dag.
Kees Smetsers
I Wayan Suryana
Afscheid van Lembongan, en toen ging het mis.
Vanmorgen zouden we om 11.00 uur met de speedboot van Rocky Fast Cruise weer teruggaan naar Bali. De heen en terugreis van Sanur naar Lembongan kost maar 24 euro, inclusief taxivervoer op Lembongan naar je logeeradres. Alles is perfect geregeld, dus een aanrader.
Ik had nog genoeg tijd om even te gaan hardlopen, de 16e keer in de 21 dagen dat we nu op Bali en Lebongan zijn. Ik trok mijn hardloopschoenen aan en ging op pad, maar het liep anders dan ik had gedacht.
Ik was ongeveer halfweg, bij Devils Tears, toen ik langs de weg in een verborgen oneffenheid stapte. Daardoor verdraaide ik mijn rechterknie en dat was niet goed. Hoe langer ik door bleef lopen, hoe moeilijker het ging. Dus ging ik maar wandelen. Ik baalde, want ik had tijdens mijn vakantie echt aan mijn conditie gewerkt met het vooruitzicht op de marathon van Hulst naar Terneuzen. Die ga ik met mijn loopmaatjes van de Bali Runners (Elia, Antoinet, Karin en Henk) op 20 maart lopen, twee dagen na mijn thuiskomst uit Bali. Dat wordt nu onzeker, dus ga ik morgen maar een traditionele genezer zoeken, die mij misschien helpen. Zullen jullie voor mij duimen ?
Na alweer een heerlijk ontbijt en een afscheid van het superlieve personeel van Bay Shore Huts werden we om 10.00 uur opgehaald door een pick-up taxi van Rocky Fast Cruise. Die bracht ons naar het haventje bij het mangrovebos, dat een groot gedeelte van het eiland Lembongan bedekt. Nadat onze koffers door supersterke mannen aan boord waren getild (wat nemen we toch altijd veel mee), vlogen we even later over een gladde zee naar Sanur. Daar waren we een half uur later. Ketut, onze vriend en chauffeur, stond ons met een brede glimlach op te wachten. We hebben het altijd heel gezellig met hem. In een uur bracht hij ons over de enige snelweg van Bali naar Cadidasa. Daar gingen we eerst eten in mijn favoriete restaurant Astawa. Het eten is daar fantastisch en de bediening ook. Vanavond gaan we weer terug en dan ga ik kiezen voor een menu van garnalencocktail, gegrilde vis met groenten en aardappelen en een fruitsalade met yoghurt en honing. Dat drie gangen menu kost 100.000 rupia en dat is 6 euro...
Na de lunch bracht Ketut ons naar Kelapa Mas Bungalows, een van mijn favoriete parkjes op Bali. Het ligt direct aan zee en de sfeer is er fantastisch. Antoinet en Ria zijn hier vorig jaar ook geweest, dus die weten wat ik bedoel. We hebben heel ruime, mooie bungalows gekregen, waar je 's nachts in bed de golven op het strandje hoort rollen. Daar zitten we nu onder een palmboom (zie foto's) te genieten van alles om ons heen, wachtend op het moment dat de zon ondergaat.
Lembongan, de duivel huilde vanmorgen niet.
Dit verhaal schrijf ik nog vandaag in de loop van de dag. Nu ga ik lekker ontbijten met de zee op één meter van mijn voeten, want ik heb alweer een uurtje hard gelopen en heb honger..........................
Het ontbijt was weer lekker, zeker omdat het geluid van de golven, de zilte zeewind en het uitzicht op Bali aan de overkant van het water, mij elke keer sprakeloos maken. Dit plekje straalt zoveel rust uit...
Ik had besloten om deze keer geen mixed omelette te nemen omdat elke dag twee eieren, met weliswaar veel groenten, mijn cholesterolgehalte niet echt positief zullen beïnvloeden. In plaats daarvan koos ik voor een mie goreng en dat vulde mijn energie weer aan, die ik vanmorgen verbruikt had bij het hardlopen.
Ik was al om 06.15 uur begonnen met lopen door de straatjes van het eiland Lembongan, die helemaal verlaten waren. Hier en daar lag op het asfalt nog een hond te slapen en die werden niet wakker als ik langs kwam gelopen. Ik liep weer naar Dreambeach, waar het water extreem laag was. Daardoor waren er geen golven en was het ook rustig bij Devils Tears. De duivel huilde vanmorgen niet. Hij was van een woeste, dreigende jongeling veranderd in een 77 jarige oude man, die zijn energie kwijt was en uitgeteld op bed lag.
Een tip voor Huub van der Heide. Het wandelpad langs Devils Tears is rolstoelvriendelijk en dat zie je hier niet zoveel.
Op de terugweg naar Bay Shore Huts kreeg ik het weer warm want de temperatuur steeg met sprongen. Het zweet gutste langs mijn gezicht en ik was blij dat ik weer thuis was.
Na het ontbijt liepen we naar het strandje van Sunsetbeach. Een mooie naam voor een mooi intiem strandje, maar zwemmen ging daar echt niet. De golven in deze baai waren namelijk indrukwekkend hoog. We probeerden een bedje te huren in het bungalowpark bij het strand, maar die vroegen een astromisch hoog bedrag van 500.000 rupia. Dus legde we onze sarong in het witte zand van het strand en gingen genieten van de woeste golven, die op de rotsen bij het strand beukten.
Als echte Nederlander, zorgzame partner en dito broer ging ik meteen een soort Deltawerken bouwen rond de plek, waar Angela en Ria op de sarongs konden liggen. De Deltawerken bestonden uit twee verdedigingslinies van hoge wallen zand, die het steeds woeste wordende water en de hoge golven moesten tegenhouden (zie foto's).
Op een onverwacht moment kwam er echter zo'n hoge golf dat de zorgvuldig gebouwde Deltawerken in één golf vernietigd werden. De sarongs moesten gedroogd worden en wijzelf droogden ons in de warme zo'n. Het blijft leuk om als een kind te spelen op het strand. Daar kan ik nooit genoeg van krijgen. Ik ben en blijf een Waterman...
Ik wil nog wat zeggen over ons logeeradres Bay Shore Huts. Dit bungalowpark ligt aan het strand Tamarindbeach, tussen het lange strand van Jungutbatu en Mushroom Bay. De ligging aan een zijstraatje van een doodlopende weg garandeert volmaakte rust. Je hoort 's nachts alleen de golven, die op het strand rollen. De bungalows in de werkelijk prachtige tuin zijn klein, maar smaakvol ingericht met een koelkast en een superfijn bed en dito klamboe. De buitendouche in een ommuurd tuintje is heerlijk verfrissend en het blijft een bijzondere ervaring om onder de sterenhemel te douchen. Wij hadden bungalow 1 en bungalow 2, direct aan het zwembad, maar 20 meter van het strand, waar je overigens niet in zee kunt zwemmen. Dat kun je beter gaan doen bij Mushroom Bay, waar nagenoeg alleen maar jongeren zijn en de prijzen in de restaurants bijna het dubbele zijn van die in het restaurant van Bayshore Huts. De keuken van Bay Shore Huts is echt heel goed en de bediening superlief. Als je wilt gaan snorkelen, dan regelt de receptie dat voor je. Het enige wat niet super is dat is het zwembad, dat bestaat uit een heel ondiep gedeelte en een heel diep gedeelte, zonder overgang. Maar verder is hier alles perfect en de sfeer 's avonds als de zon ondergaat echt super romantisch. Heerlijk om daar te dineren terwijl de golven een meter van je tafeltje over het strand rollen. Dus echt een aanrader...
Morgen gaan we met de speedboot van Rocky Fast Cruise weer terug naar Bali, waar we onze vakantie in Candidasa gaan afsluiten in Kelapa Mas Bungalows...
Kees Smetsers
Lembongan, onverwacht bezoek van dolfijnen
Gisteren ben ik na een uurtje hardlopen en een ontbijt in Bay Shore Huts met Angela en Ria een catamaran gestapt, die ons naar de koraalriffen zou brengen. Daarvoor moesten we wel even "pootjebaden" want de catamaran lag een paar meter in zee en het was hoog water.
Het bootje gleed de mooie baai van het Tamarindbeach uit, terwijl we ons verbaasden hoe helder het water van de baai was.
Vanaf de catamaran konden we zien hoe de hellingen van het eiland Lembongan langs het strand volgebouwd zijn met bungalowparken en restaurants. Wat een verschil met tien jaar geleden, toen wij hier ook waren en er bijna niets was.
Onze eerste snorkelplek was dicht bij het mangrovebossen, aan het eind van het strand van Jungutbatu. We namen brood mee, want de vissen zouden dat wel lekker vinden. Terwijl wij in het water gleden en langzaam van onze catamaran wegdreven, ontvouwde zich beneden ons een sprookjeswereld. Hier is het koraal nog mooi en leven er nog steeds heel veel soorten prachtig gekleurde vissen. Angela zag zelfs een grote schildpad en probeerde mijn aandacht te trekken. Maar ik had het veel te druk met een grote school vissen, die uit mijn handen aan het eten waren, nog geen 10 centimeter voor mijn super de luxe panorama snorkelbril. Echt een indrukwekkend schouwspel was dat.
Onze volgende snorkelplek was de steile wand van het grote eiland Nusa Penida, dat bijna tegen het eiland Lembongan aanlegt. Er ligt nog een klein eilandje tussen en dat heet Ceningan.
De steile wand was begroeid met koraal, dat bijzondere kleuren had en daartussen zagen we scholen van vissen, de een nog mooier als de ander. Angela en ik konden er niet genoeg van krijgen en Ria was inussen op ons bootje de vissen aan het voeren.
Onze derde snorkelplek was op een andere locatie bij Nusa Penida, niet ver uit de kust. Daar waren het koraal en de vissen nog mooier, maar er stond ook een sterke stroming. Angela en ik moesten hard werken om weer bij ons bootje te komen. Moe en voldaan klommen we weer aan boord. Op onze leeftijd gaat dat niet vanzelf, maar het lukte wel.
We zetten weer koers naar onze "thuisbasis". De zee was nog onstuimiger geworden en we kregen zo nu en dan een douche van het opspattende water. We waren weer bijna bij de baai van ons logeeradres toen de kapitein van ons bootje plotseling "dolfijnen !" riep. En jahoor, daar waren ze. Heel dicht bij ons bootje gleden ze sierlijk door het water. Overal om ons heen zagen we ze. Het was een grote soort en het waren er heel veel. Wat een prachtige verrassing dat deze mooie dieren ons met een bezoek blij kwamen maken. We werden er gewoon stil van. Het was een mooie afsluiting van drie uren op zee.
Ik ben een waterman en ik houd van de zee, de stranden en eilanden. Daar krijg ik altijd een geluksgevoel van. Hier is het allemaal, dus de vijf dagen op Lembongan zijn voor mij een feest. Dat geldt ook voor Angela en Ria, die genieten van het plekje dat ik voor hen heb uitgezocht. Samen zullen we hier nog vaak aan terugdenken.
Na de ontmoeting met de dolfijnen hebben we vandaag het lange witte strand van Jungutbatu afgewandeld. Daar zagen we onderweg hoe de plaatselijke bevolking het zeewier, dat ze gisterenavond uit zee hadden gehaald, uitgespreid hadden op de grond om het te laten drogen. Ze verkopen het aan een handelaar en uiteindelijk wordt het verwerkt in kosmische producten, die vrouwen het idee geven dat ze er mooier van worden en hun rimpels zullen verdwijnen als sneeuw voor de zon. De plaatselijke bevolking verdient er niet veel mee, de kosmetische industrie des te meer.
Tijdens onze wandeling over het strand werd Ria verrast door een hoge golf, waardoor een van haar slippers in zee verdween. Als oudste broer moest ik haar natuurlujk redden, dus ben ik in de woeste golven gesprongen en heb Ria's slipper uit de golven gehaald. Het was geen heldendaad, maar Ria was blij dat ze haar slipper terug had en ik was lekker opgefrist. Hoe eenvoudig kan genieten zijn...
Kees Smetsers
Het eiland Bali, zoals het nu is.
Ik ben nu 60 keer op het eiland Bali geweest. De eerste keer was in 1977 dus 47 jaar geleden. In deze jaren is er veel gebeurd. De wereld is veranderd, ook op Bali. Hoe het hier nu is, dat wil graag vertellen.
Natuurlijk ben ik niet objectief, want ik heb 47 jaar geleden op Bali gevonden waar ik mijn hele leven naar zoek. Verbinding met mensen, die openstaan voor mij en respecteren wie ik ben en hoe ik leef.
Vanaf het begin heb ik mij hier "thuis" gevoeld en dat werd nog eens bevestigd toen een pemangku (priester) in het dorpje Umabian tegen mij zei dat ik 200 jaar geleden op Bali heb gewoond met de naam I Wayan Suryana. Die naam heb ik ook gebruikt in de vier boeken, die ik over Bali heb geschreven. Veel mensen zullen nu hard lachen en mij voor gek verklaren. Dat begrijp ik ook en het is goed zo. Ik kan slechts weergeven hoe ik mij voel als ik op Bali ben. Dat is voor iedereen die Bali bezoekt, anders.
De meeste toeristen gaan naar het zuiden van Bali. Dat gedeelte van Bali is meegegaan in de vaart der volkeren en gaat steeds meer lijken op de toeristische centra rond de Middenlandse Zee. Prima natuurlijk en vooral voor jongeren een waar eldorado.
Ik ben al 77 jaar, dus het is niet vreemd dat ik de eenvoud en de rust van de rest van Bali opzoek. Dat zijn dorpjes in de bergen en langs de kust van het noorden en oosten van Bali. Ook daar hebben de afgelopen jaren veel verandering gebracht. Maar toch durf ik te stellen dat het échte Bali, het Bali van lang geleden, nog steeds overal aanwezig is, als je maar de moeite neemt om het te vinden.
Wat zeker nog bestaat is de lieve, behulpzame gastvrijheid van de Balinezen. Ik heb over de hele wereld gereisd, maar dit heb ik nergens in deze mate kunnen vinden. Her is voor mij de reden om steeds weer terug te gaan.
Het klimaat is ook een reden, ook al zal menigeen moeite hebben met de hoge temperatuur en de hoge luchtvochtigheid.
De natuur is nog steeds heel uitbundig mooi, maar toch zie ik ook hier veranderingen. Heel veel rijstvelden verdwijnen omdat rijke Balinezen en buitenlanders er luxe resorts op bouwen. En wat mij ook verbaasd heeft dat is het feit, dat ik tijdens deze vakantie geen enkele mug ben tegengekomen. Nu is dar na de regentijd altijd minder, maar toch. We lekker dat ik nu heerlijk lang buiten in mijn ommuurde tuintje onder de sterrenhemel kan douchen zonder dat ik word aangevallen door een zwerm muggen.
Het eten vind ik nog steeds geweldig en dat is zeker niet duurder geworden. Als je voor 4 euro een heerlijke visfilet met gebakken aardappeltjes en veel verse groenten kunt eten, dan is er wat dat betreft niks veranderd op Bali.
De Indonesische rupia is alleen maar goedkoper geworden. Je krijgt nu bijna 17.000 rupia voor een euro en dat is veel meer dan een paar jaar geleden.
De milieuvervuiling op Bali is nog steeds een groot probleem en daar dragen wij als toerist flink aan bij. De Balinezen hebben gewoon het geld niet om er iets aan te veranderen en de regering doet er ook niet veel aan. Daardoor zit de zee rondom Bali vol met plastic en gaat er veel koraal verloren door de vervuiling van het water dat op veel plekken via de riolen en riviertjes zo in zee stroomt.
De leefwijze van de Balinezen wordt natuurlijk ook beïnvloed door de toeristen, die na de coronacrisis het eiland weer gevonden hebben. Vooral de jonge generatie Balineze gaat zich steeds meer westers gedragen met hun mobiele telefoons en moderne kleding.
Op Bali gaat ook de relatie tussen de Balinese mannen en Balinese vrouwen langzaam veranderen. De vrouwen krijgen meer rechten, maar het zal nog heel lang duren voor ze krijgen waar ze recht op hebben. Maar dat is in Nederland ook zo, als is de verandering daar al veel verder gevorderd.
Her probleem van de gokkende Balinese mannen is er nog steeds. Dat is een groot probleem, waar veel Balinese vrouwen nog steeds onder lijden. Lees mijn vierde boek "Het verdriet achter de glimlach" maar eens.
Bestaat het Bali van vroeger nog ? Ik durf gerust te stellen dat het nog steeds bestaat. Als je het maar wilt zien er voor openstaat, dan zal je het zelfde ervaren wat ik hier 47 jaar geleden gevonden heb.
Kees Smetsers
I Wayan Suryana
Dreambeach, herinneringen uit een ver verleden.
Vanmorgen ben ik voor de 12e keer tijdens mijn vakantie wezen hardlopen. Het was pas 06.30 uur en de meeste toeristen lagen nog te slapen. Daarom was het heel rustig in de smalle straatjes. Ik moest wel zigzaggen tussen de ontelbare duizendpoten, die hier 's morgens de straatjes oversteken en dan platgereden worden door de brommertjes van de toeristen en de Balinezen.
Na ongeveer een half uurtje kwam ik bij Dreambeach, een strand waar ik ongeveer 15 jaar geleden ben geweest met Ria, Wim en Angela. Toen was er alleen maar een bamboe hutje en een barretje met muziek van Bob Marley. Maar wat hebben we toen genoten van de relaxte sfeer van dit bijzondere plekje.
Nu is er een groot bungalowpark gebouwd en er is ook een wandelpad langs de kliffen aangelegd waar vandaag veel Balinezen hun rondjes aan het hardlopen waren. Ik besloot dat ook maar te gaan doen, ik was er toch. Heerlijk was dat om langs de kliffen te rennen terwijl beneden de woeste golven van de zee op de rotsen beukten en het water metershoog deden opspatten. Echt een mooie plek is dit, nog steeds, ondanks dat het zo veranderd is.
Daarom besloten Ria, Angela en ik na het ontbijt naar Dreambeach te wandelen. Daar kregen we voor 3 euro een ligbed en een handdoek. Zo konden we er een heerlijke stranddag van maken. Ik waagde mij zelfs even in de zee, maar niet lang want de golven waren metershoog en gooiden elke zwemmer ondersteboven.
Voor Ria kwamen op deze dag herinneringen boven aan de mooie momenten, die ze hier en op Bali met Wim heeft gehad. Alles is intussen anders geworden, ook dit mooie plekje. Maar toen we 's middags weer terug wandelden was er toch de dankbaarheid dat we weer even op Dreambeach waren geweest...
Kees Smetsers
Het eiland Lembongan, hoe eenvoudig kan het leven zijn.
Vanmorgen ben ik in Sidemen op Bali weer mijn dagelijkse uurtje gaan hardlopen in het straatje, dat naar Tabola loopt. Helemaal op het eind zat een Balinese man gehurkt gras te snijden voor zijn koe. Dat deed hij met een soort ronde sikkel en op z'n dooie gemak. Straks neemt hij het gras mee naar huis en krijgt zijn koe te eten. De koe is heel belangrijk voor hem, net als de rijst die hij een paar keer per jaar oogst. Als er wordt geoogst, dan wordt dat hier gezamenlijk gedaan. Elkaar helpen is hier nog steeds vanzelfsprekend. De mensen op het platteland van Bali leven in eenvoud. Weelde en materiële welvaart kennen ze niet. Ik praatte even met de man, die bijna klaar was met zijn werk. Daarna ging ik verder met hardlopen, nu weer terug naar Villa Shantiasa.
Op sommige plekken is het stijgingspercentage van de straatjes hier meer dan 10% en daarom viel het voor een oude man als ik niet mee, zeker omdat de temperatuur hier niet onder 25 graden komt.
Toen ik weer terug was en gedoucht had gingen we afscheid nemen van het personeel van Villa Shantiasa dat goed voor ons had gezorgd. Putu Yusi kwam ons ook uitzwaaien en dat vonden we heel lief van haar.
Ketut bracht ons naar de nieuwe haven van Sanur, waar we in een speedboot stapten, die ons naar het eiland Lembongan bracht. De zee was onrustig en de boot maakte flinke klappen op de golven, maar nu een half uur gingen we in de haven tussen de mangrovestruiken aan land.
Ria, Angela en ik kennen het eiland Lembongan van een vakantie van meer dan 10 jaar geleden. Toen was het er nog rustig en stil. Het leven was toen nog heel eenvoudig op dit eiland. Nu heeft het massatoerisme ook hier alles veranderd. Waar ik vroeger nog bijna met mijn ogen dicht door de straatjes kon lopen, moet ik nu opletten dat ik niet door een van de vele brommertjes met jonge toeristen van de weg wordt gereden. Angela en Ria waren verbaasd dat het hier ook zo druk is geworden. De eenvoud is verdwenen en dat vonden we jammer. Maar toen we 's avonds aan het strand zaten te genieten van de zon, die in de verte boven de bergen van Bali onderging en de hemel rood kleurde, kwam toch weer het mooie gevoel dat we hier zo lang geleden ook hadden. De eenvoud is hier verdwenen, maar de bijzondere sfeer van dit eiland is gebleven. Daarom verheugen wij ons op de dagen die komen gaan.
Kees Smetsers