keessmetsers.reismee.nl

Bali en het verdriet achter de glimlach.

Vorig jaar heb ik mijn vierde boek over het leven op Bali geschreven. Het is een roman met de titel "Het verdriet achter de glimlach". Het verhaal speelt zich af in 1946 en heeft als hoofdthema het ontbreken van rechten voor de Balinese vrouwen. Ik heb geprobeerd om het boek te verkopen voor het project van de stichting Loopgroep Bali Runners ( www.balirunners.nl), zijnde de hulpverlening aan kinderen in Indonesië, die een beperking hebben en niet kunnen lopen. Helaas lukt dat niet zo goed en heb ik nog 90 exemplaren op voorraad, die ik tegen een gereduceerde prijs (10 euro) probeer te verkopen. De kosten van het boek neem ik daarbij voor eigen rekening.

Het verhaal in het boek vertelt veel over de rol van de vrouwen in de Balinese samenleving. Het is een roman, die gedeeltelijk is ontsproten aan mijn eigen fantasie, maar vooral aan de werkelijkheid, die mij de afgelopen weken soms hard heeft geraakt. Daarover wil ik in dit verhaal meer vertellen.

Vanmorgen hebben mijn broer en ik ons laten masseren en toen stond het meisje, dat ons masseerde, heftig te huilen. Na enig aandringen onzerzijds vertelde ze dat zij al haar inkomsten af moet geven en dat zij voor beide families en haar eigen gezin moest zorgen. Zij was na haar huwelijk uitgeschreven als lid van haar eigen familie en was verplicht om bij haar schoonouders te gaan wonen. Daar had zij helemaal niets te vertellen. Ondanks dat zij als enige geld binnen bracht werd zij als nutteloos persoon behandeld. In Bali zijn ouders heel blij met de geboorte van een zoon, want die blijft bij hen wonen en zal straks voor hun oude dag en de huis tempel zorgen. Als er een meisje geboren wordt is de blijdschap een stuk minder, want de ouders weten dat het meisje straks bij haar schoonouders moet gaan wonen. Door deze diep gewortelde tradities hebben vrouwen op Bali heel weinig rechten en leiden zij vaak een heel zwaar leven. Na hun huwelijk worden ze geconfronteerd met een echtgenoot, die als jongen totaal verwend is en na zijn huwelijk helemaal niets uitvoert. Hij gaat liever gokken dan zorgen voor zijn gezin, die zorg laat hij aan zijn vrouw over. Voor vrouwen is het dagelijkse leven op Bali keihard en daarom gaat er achter hun glimlach vaak heel veel verdriet schuil.

Natuurlijk zijn er op Bali ook heel veel mannen, die wel goed voor hun gezin zorgen en goed voor hun vrouw zorgen. Ketut, onze chauffeur en vriend, is daar een voorbeeld van. Hij werkt elke dag heel hard om samen met zijn vrouw Erni te zorgen voor zijn eigen gezin en de beider ouders. Wayan van Ecoresort Darmada is ook een heel harde werker, die veel initiatieven onderneemt en samen met zijn vrouw Barbara een heel mooi bedrijf heeft opgebouwd. Het is dus niet allemaal kommer en kwel wat de relaties op Bali betreft, maar als je elke dag de Balinese mannen met vechthanen ziet rondlopen of lui in een hoek ziet liggen, terwijl hun vrouwen zware vrachten sjouwen, dan krijg je wel een heel negatief beeld van de Balinese man.

Het meisje, dat vanmorgen stond te huilen, is één van de vele voorbeelden van de rechteloosheid van vrouwen op dit mooie eiland, die wij in de afgelopen weken zijn tegen gekomen. Het is duidelijk dat de vrouwen op Bali de maatschappij dragen, maar niet krijgen waar ze recht op hebben: respect en gelijke rechten. Ik ben dit tijdens de afgelopen jaren tijdens mijn reizen op Bali al heel vaak tegen gekomen en daarom was ik blij dat ik de kans kreeg om daarover een roman te schrijven. De Balinese vrouw, die mij deze kans heeft gegeven, zijn we deze week tegen gekomen. Ook zij verkeert in een uitzichtloze positie. Als ze zou gaan scheiden is ze haar kinderen kwijt, want die worden dan aan haar man toegewezen. De Balinese wetgeving biedt de Balinese vrouw in de laatste jaren steeds meer kansen om via een gerechtelijke procedure haar recht op te eisen, maar in de praktijk komt er door hindugeloof en de tradities daarvan niet veel terecht. Uiteindelijk zullen de vrouwen, net als in veel andere arme landen, op moeten staan en hun rol in deze mannenmaatschappij gaan bevechten. Als ik eerlijk ben, dan schaam ik mij steeds vaker dat ik een man ben, want over de hele wereld worden vrouwen onderdrukt en uitgebuit. Hier op Bali zie ik het elke dag en dat maakt mijn vakantie op Bali soms emotioneel moeilijk, want ik ben als buitenstaander machteloos.

Och... er is zoveel onrecht in de wereld... In Nederland wordt de zorg voor ouderen andere kwetsbare mensen langzaam maar zeker wegbezuinigd, terwijl Mark Rutte en zijn collega's miljarden euro's weggeven door het plan om de dividendbelasting voor rijke (buitenlandse) aandeelhouders af te schaffen. Iedereen vindt het een schandaal en een groot onrecht, maar de politici beschermen elkaar en ze weten dat straks toch weer iedereen op de gevestigde partijen gaat stemmen. En zo worden de rijken steeds rijker en de armen mensen steeds armer. Mark Rutte en zijn collega's liegen en bedriegen, maar als ze geconfronteerd worden met hun leugens, dan kunnen ze zich niets meer herinneren en verkeren tijdelijk in een staat van grote vergeetachtigheid. Het onrecht, zij de kwetsbare mens aandoen, dat interesseert hen geen zier. Wat dat betreft maak ik mij zorgen over de egoïstische wereld waarin wij leven.

Die zorgen gelden ook voor Bali. Er worden hier op dit mooie eiland door rijke investeerders in rap tempo huizen en hotels gebouwd, terwijl de toeristen wegblijven en er daardoor steeds minder werk is voor de gewone bevolking. De jeugd, de huidige generatie, heeft op het platteland geen kansen meer en vertrekt massaal naar de grote stad Denpasar. Daar zijn de lonen hoger en is er meer kans op werk. Het zal niet lang meer duren en dan komen de rijstvelden braak te liggen, want de huidige generatie wil dat zware werk niet meer doen. Alles concentreert zich nu in het zuiden van Bali, waar de wegen totaal verstopt raken. Voor mij is het onbegrijpelijk dat een groot deel van de toeristen 17 uur in het vliegtuig gaat zitten om daar in de totale drukte heel veel toeristen tegen te komen. Tijdens onze hele vakantie hebben we drie weken lang kunnen zien dat het binnenland van Bali leeg is. Vaak waren wij als enige toerist in de logeeradressen, waar wij kwamen. Het is een trieste constatering, maar het is de werkelijkheid.

Misschien heb ik in dit verhaal een te negatief beeld van Bali geschetst, want het is een supermooi eiland en de mensen zijn de liefste van de hele wereld, maar wat ik hier zie gebeuren, dat maakt mij niet optimistisch. Het is heel raar, want in de afgelopen dagen heb ik enorm genoten van mijn verblijf in Sidemen en Candidasa, maar toch ga ik met een gemengd gevoel naar huis. Gelukkig wachten daar mijn geliefden en van dat idee word ik blij. Ik verlang ernaar om weer thuis te komen en mijn geliefden in de armen te sluiten. Met dit verlangen wil ik dit verhaal afsluiten en ook wil ik iedereen bedanken die via deze blog met mij en mijn broer zij meegreisd. Bedankt voor jullie belangstelling...

Ik ga nu het boek van de schrijver Johan Fabricius uitlezen, dat een heel mooi beeld geeft van de tradities op Bali en de rol van de vrouwen in het dagelijkse leven op Bali. Het is een roman met de titel " Bali, eiland der demonen". Iedereen, die de psyche van de Balinese mannen en vrouwen wil begrijpen en die wil weten waarom de Balinezen zijn zoals zijn, kan ik dit boek aanraden. Het is echt een heel mooi boek,

Kees



Pantai Pasir Putih op Bali, een strand om weg te dromen.

Gisterenmorgen was ik weer heel vroeg opgestaan. De zon was net verschenen aan de horizon, maar in de tuin van Kelapa Mas Bungalows was nog volmaakte rust. In de vroege morgen lijkt het hier of alle geuren en kleuren nog intenser zijn. De tuin van dit parkje is werkelijk een plaatje, zo mooi. De piepkleine vogeltjes, het lijken wel kolibries, die in de palmbomen hun nestje hebben, waren al druk bezig met het zoeken naar nectar. Grote vlinders fladderden langzaam van bloem naar bloem en kleine hagedissen liepen voor mij uit op het tuinpad, dat naar het strand loopt. Ik was benieuwd of de zeeschildpadden er weer zouden zijn. Daarom liep ik over het strandje, dat bezaaid was met schelpen en koraal, naar de golfbreker voor ons parkje.

Ja hoor, ze waren er weer. Overal zag ik ze zwemmen, grote zeeschildpadden, de een nog groter dan de ander. Regelmatig kwam er een naar boven om over rond te kijken en daarna weer sierlijk door het glasheldere turqoise water naar beneden te zwemmen. Ik heb er deze morgen zeker een stuk of zes gezien en ik snap nog steeds niet hoe het mogelijk is dat deze dieren hier op een paar meter afstand rondzwemmen. Als je hier ooit komt, dan moet je zeker gaan kijken, het is echt heel uniek.

Made Black, een van de vissers die bij Kelapa Mas Bungalows zijn thuishaven heeft, had zijn catamaran al in gereedheid gebracht want ik zou vandaag met hem naar Pantai Pasir Putih gaan. Dat is een heel mooi strand in een baai, ongeveer een half uur varen hier vandaan. Rond zijn boot zwommen grote zilverachtige vissen, die goed te zien waren in het glasheldere water. Nadat ik in het kleine restaurantje aan het strand had ontbeten, stapte ik in het bootje. Ik hoefde niets mee te nemen want ik had vandaag alleen een zwembroek nodig. Super is dat om zo simpel te leven, midden in de natuurlijke omgeving van een zee, die zoveel te bieden heeft. Made Black leeft zo'n leven. Hij doet niets anders dan alleen maar vissen en met toeristen de zee opvaren. Zijn gespierde lijf is bruin gebrand door de dagelijkse zonnestralen. Hij ziet er heel sterk uit en dat is hij ook.

Made Black laveerde zijn catamaran door de branding bij het rif, waar ik nog steeds hier en daar een zeeschildpad sierlijk door het water zag zwemmen. Nadat we de golven van de branding achter ons hadden gelaten, gaf Made gas en gleden we snel door het wateroppervlak dat op deze morgen zo glad als een spiegel was. De rotsachtige kust met zijn vele grotten was het komende half uur ons uitzicht, terwijl in de verte aan de wolkeloze hemel de machtige vulkaan Gunung Agung (3000 meter) boven alles uitstak. Elke Balinees heeft heel veel respect voor deze in zijn ogen heilige berg en dat was bij Made ook goed te zien. Wat deze vulkaan doet of niet doet, dat heeft grote gevolgen voor de bevolking van dit eiland.

Na een half uur varen langs de kust draaide de catamaran van Made een baai binnen die er schilderachtig uitzag. Het water voor ons werd steeds ondieper, waardoor het koraal onder ons heel goed zichtbaar werd. Made minderde vaart en het was nu of we over een groot aquarium gleden. In het groen blauwe water zag ik ontelbare vissen, de een nog prachtiger gekleurd dan de andere. Grote blauwe zeesterren, bloedkoraal, zeeanemonen, ik kwam ogen te kort. We naderden nu het witte strand, waarop ontelbare catamarans van vissers lagen, die al weer terug waren gekomen van de nachtelijke visvangst. In de hutjes bij het strand, waar de vissers wonen, kwam overal rook omdat de vrouwen aan het koken waren boven een vuur van gesprokkeld hout. Jonge mannen kwamen naar onze boot rennen om hem op het strand te trekken. Made zette de buitenboordmotor af en langzaam gleed het bootje op het strand. Ik stond op en probeerde in het ondiepe water te springen en het strand op te lopen. En toen ging het mis...

Een grote golf gaf ons bootje een flinke duw en daardoor verloor ik mijn evenwicht toen ik net de eerste stap op het strand wilde maken. Ik viel om en daarbij kwam mijn rechtervoet onder de kiel van de voorkant van de catamaran terecht. Ik zat klem tussen het bootje en het zand en dat was geen fijn gevoel. Gelukkig duurde dat maar een paar seconden, want de zelfde golf nam het bootje ook mee terug richting zee. Mijn voet kwam vrij en ik stapte het strand op. Geschrokken onderzocht ik de schade aan mijn rechtervoet, waaraan ik ook al maandenlang hielspoor heb. Het viel mee, behoudens een paar kleine sneetjes was er niets aan de hand. Het bloedde wel erg, maar dat kwam door het water van de zee. Natuurlijk had ik vandaag geen pleisters en ontsmettingsmiddel bij, dus ging ik maar vlug even zwemmen nadat ik een bezorgde Made gerust had gesteld. Door het frisse water stopte het bloeden snel en kwam er ook geen bloeduitstorting. Ik was met de schrik vrijgekomen en realiseerde mij dat ik heel dom was geweest om aan de voorkant van het bootje uit te stappen terwijl het bootje nog niet stil lag. Ik was weer eens gewoon te enthousiast geweest...

Pantai Pasir Putih is zoals de naam al zegt een heel mooi wit strand dat omgeven is door pure natuur, geen hotels maar alleen maar palmbomen en rotsen. Er staan wat hutjes van lokale Balinezen, die er een heel simpel restaurantje hebben en wat strandbedden hebben neergezet. De bodem van het linkergedeelte van de baai (als je naar zee kijkt) is van helder wit zand en er liggen geen stenen of koraal. Daardoor is het fantastisch om te zwemmen in het turqoise water. Ik ging languit in het water liggen en liet mij meenemen door de zachte deining, die meestal na de middag wat heftiger wordt. De schrik verdween uit mijn lijf en daarvoor kwam in de plaats het geluksgevoel van vrij te zijn in een schitterende omgeving, dat ik elke keer heb als ik op dit strand ben. De goden waren vandaag mij goed gezind geweest, ze hadden mij geholpen op het moment dat ik vast kwam te zitten over het bootje. Ik kan ook zeggen dat ik gewoon geluk heb gehad...

Candidasa: Grote zeeschildpadden en een dreigende Gunung Agung.

Vandaag zijn mijn broer en ik met onze vaste chauffeur en vriend Ketut naar Candidasa gereden, waar we zouden gaan logeren bij KELAPA MAS BUNGALOWS. Dat is een van mijn favoriete bungalowparkjes op Bali. We werden daar hartelijk welkom geheten door Nengah, een sympathieke Balinese man die de reserveringen doet. We kregen van hem twee heel fijne kamers met uitzicht op het splinternieuwe zwembad en de zee. Kelapa Mas Bungalows is recent gerenoveerd en is nu nog mooier dan het al was. De traditionele kamers hebben een metamorfose ondergaan en het bungalowparkje is daardoor een stuk aantrekkelijker geworden voor mensen, die graag aan zee hun vakantie doorbrengen en daarbij prijs stellen op een echte Balinese sfeer. De tuin is nog steeds een klein paradijs met hoge palbomen men bananenbomen en heerlijk ruikende bloemen die uitbundig bloeien met heel veel kleuren.

Ik kwam al meteen een aantal medewerkers van dit superfijne parkje tegen, die mij met een " hé Kees, ben je er weer, we hebben jou gemist" begroetten en dat gaf mij een gevoel van thuis komen.

Nadat we onze kamers hadden gezien gingen we eten bij WARUNG ASTAWA. Daar kennen ze mij ook goed want ik heb er al heel veel Nederlanders naar toe gestuurd. We werden hartelijk ontvangen door een dankbare eigenaar en door Wayan, een lieve vrouw die ons vertelde dat inmiddels getrouwd was en een kind had gekregen. Uiteraard kozen we voor de super lekkere "Iced coffee Mocca", die nergens zo goed is als hier. Vervolgens gingen we genieten van een menu van garnalencocktail, gegrilde vis met aardappelen en salade en vers fruit met yoghurt, alles bij elkaar voor nog geen vijf euro. Eten is in dit restaurant altijd een feest.

Na de overvloedige lunch gingen we uitrusten bij het kleine strandje voor Kelapa Mas Bungalows. Het strandje is bezaaid met schelpen en koraal dat doid is gegaan door de opwarming van onze aardbol. Omdat het rif in het verleden is verdwenen doordat vissers met dynamiet hebben gevist, heeft men er nu dertig meter in zee een golfbreker gebouwd. Het was nu hoog water en de golven sloegen stuk op de golfbreker. Elke keer spoot daarbij het zeewater meters hoog de lucht in. Ik ging op de golfbreker lopen en kreeg om de 15 seconden een golf fris zeewater over mij heen, wat met een lekker fris gevoel gaf. Toen ik naar de aanrollende golven keek, zag ik plotseling een zeeschildpad van zeker een meter, die zijn hoofd boven de golven uitstak. Ik kon mijn ogen niet geloven want dit had ik nog nooit meegemaakt. Een paar meter verder in het water zag ik nog drie zeeschildpadden zwemmen, een hele grote van ook zeker een meter, en twee kleinere. Ik riep snel mijn broer Henk, die ook totaal verrast was door wat hij zag. Wat een mooi cadeau kregen wij op deze dag. Dit was echt uniek om mee te maken. Toen we even later op het strand zaten, waren we nog steeds onder de indruk.

Ik ging even op mijn telefoon kijken en toen kwam de volgende verrassing. Er was een whatsapp bericht van Piet Willems uit Sidemen, waar we die dag waren vertrokken. Uit dat bericht bleek dat de vulkaan Gunung Agung op Bali zich de afgelopen week in rap tempo aan het vullen was met gloeiende lava en de krater was nu voor 2/3 gevuld. In eerste instantie schrok ik enigzins van dit bericht, maar toen ik verder las, bleek dat er helemaal geen sprake was van een dreigende situatie. De autoriteiten op Bali houden de vulkaan goed in de gaten, dus we kunnen de laatste dagen van onze vakantie onbezorgd vol maken. Vandaag hebben we echter wel kunnen ervaren dat de natuur ons heen mooie dingen kan geven, maar ons ook kan waarschuwen voor eventuele krachten die in de natuur schuil gaan. De mens voelt zich vaak groot en superieur, maar het is de natuur die ons leven bepaalt. Laten we daarom de natuur met respect behandelen en zuinig zijn op al het moois om ons heen....

Sidemen op het eiland Bali, in de schaduw van de vulkaan Gunung Agung.

Vanmorgen ben ik in alle vroegte het kronkelende weggetje afgelopen, dat in het dal van Sidemen naar beneden loopt. De ochtendnevel hing nog een beetje over de groene rijstvelden en hanen in het dorp waren nog niet klaar met hun gekraai. In de velden met groene en rode pepers waren al mannen en vrouwen bezig om het onkruid weg te halen. In de verte stak de vulkaan Gunung Agung boven alles uit. Een machtige berg die in het afgelopen half jaar op Bali voor veel problemen heeft gezorgd. Door zijn dreigende uitbarsting waren de toeristen weg gebleven en nu was het overal stil geworden, ook in Sidemen. Vandaag waren er echter geen wolken boven de krater te zien en was de hemel helderblauw.

Ik liep verder het dal in en kwam langs de plek, waar vroeger het tegelfabriekje van Sadutiles was, dat nu is verhuisd naar een plek tegenover VILLA SHANTIASA. In heel korte tijd was hier nu een heel mooi klein resort uit de grond gestampt met de naam GRIYA VALUD. In Sidemen komen er steeds meer kleine resorts, de meesten heel mooi, maar ik vraag mij af of ze het vol zullen houden nu de toeristenstroom is opgedroogd.

Helemaal onder in het dal ligt net voor de brug over de rivier het ecoresort DARMADA, waarvan Wayan en Barbara de eigenaren zijn. Barbara komt uit Zwolle en heeft in haar Balinese man Wayan haar grote liefde gevonden, waarmee ze samen een heel bijzonder resort heeft opgebouwd. Dat hebben ze gedaan met veel respect voor de al aanwezige natuur en daardoor is het een heel mooi resort geworden. Ik wilde mijn vriend Piet Willems hier opzoeken, een bijzondere man die vroeger hoofd van de lagere school in Elsendorp was. Die ervaring, als leraar en als organisator, heeft hij meegenomen naar dit mooie stukje Bali, waar hij nu de medewerkers van het resort beter Engels probeert te leren praten. In heel korte tijd heeft hij hier heel veel vrienden gekregen en dat is niet vreemd want Piet is een heel sociaal mens, die echt openstaat voor andere culturen en iedereen met respect tegemoet treedt.

Piet was in het tuintje voor zijn huis, waarin hij een groot gedeelte van het jaar woont, bezig met het bij elkaar harken van bladeren, toen hij mij zag. De omhelzing, die toen volgde, was een symbool van de vriendschap die er tussen ons is. We liepen naar het in pasteltinten geverfde huisje, waar Piet nu woont. Het is echt een droomplek, een klein paradijs dat omgeven wordt door een tuin met vlinders en vogeltjes die op kolibries lijken. Langs de tuin stroomt een rivier, waarvan het geluid garant staat voor een perfecte nachtrust. Het was mij al heel snel duidelijk dat Piet hier helemaal zijn draai heeft gevonden. Prachtig om te zien hoe snel hij zich heeft aangepast aan het tempo en de leefwijze van de Balinezen. Piet is een heel goed voorbeeld van wat een mens kan bereiken als hij écht iets wil en daarvoor risico's wil nemen. Al snel was ik met Piet aan het praten over mijn vierde boek (Het verdriet achter de glimlach) dat Piet inmiddels heeft gelezen. Piet vertelde mij dat de positie van vrouwen in Bali de laatste jaren in positieve zin aan het veranderen is, maar we realiseerden ons allebei dat er nog een lange weg te gaan is. We hadden het ook over het feit, dat het toerisme op Bali is ingestort na de uitbarsting van de vulkaan Gunung Agung. Piet is positief ingesteld en hij was daarom ook van mening dat de toeristen wel weer zullen komen. Ik had nog uren bij Piet wil blijven, maar ik besloot toch maar terug te gaan naar Villa Shantiasa.

Villa Shantiasa heeft net als het ecoresort Darmada een heel mooie ligging. Ik ben er al een paar keer geweest en het is intussen een van mijn favoriete logeeradressen op Bali geworden. Het uitzicht vanuit de vier kamers is adembenemend mooi en het is een superfijne plek voor mensen die van rust houden en graag omgeven willen zijn door de uitbundige natuur van het dal van Sidemen.

In de omgeving van Sidemen zijn steeds meer mooie resorts te vinden, zoals het recent gebouwde ALAMDHARI. Dit resort ligt ook tegen de helling van een heuvel en heeft een heel mooi uitzicht op rijstvelden en de Gunung Agung, die in de verte aan de horizon oprijst. Tot nu toe is het spirituele karakter van Sidemen behouden, maar er verdwijnen steeds meer rijstvelden en dit kan niet zo door blijven gaan. Wat dat betreft maak ik mij soms zorgen, want de huidige generatie jongeren zal steeds meer naar de steden trekken en straks zal er niemand meer zijn die op de rijstvelden wil werken. In Nederland gebeurt het zelfde, daar komen steeds meer hoogopgeleide jongeren terwijl er steeds minder vaklieden komen die het werk met hun handen willen doen. Dat is de prijs die wij betalen voor onze huidige computermaatschappij, waar het internet tot een heilige koe is verheven. Ik prijs mij gelukkig dat ik een groot gedeelte van mijn leven geleefd heb in een tijd, waarin de mens dichter bij de natuur stond. Nu denkt iedereen dat de mens belangrijker is als de natuur, maar we vergeten dat de natuur de basis van ons leven is. Ik hoop echt dat er ooit een beweging op gang zal komen die de mensen weer dichterbij de natuur zal brengen. Mensen al Trump, de president van Amerika, doen het tegenovergestelde, maar het is de verkeerde weg. Het is de weg van het egoisme. De wereld zal alleen maar beter worden als er mensen opstaan die een ander pad inslaan. Als dat niet gebeurt, dan zal de natuur het zelf doen. Daaraan moest ik denken toen ik vanmorgen op pad ging en in de verte de vulkaan Gunung Agung zag. Als deze vulkaan kwaad wordt, dan is niets bestand tegen zijn kracht. Dat moeten we ons echt realiseren...

Dolfijnen in Lovina op het eiland Bali.

Mijn broer en ik zijn nu begonnen aan de laatste week op het eiland Bali. Eergisteren zijn we aangekomen in Lovina en daar logeren we in het huis van de eigenaren van Starlight Bungalows. Toen ik de vorige keer hier was kreeg ik het bericht dat een van de zussen van mijn partner Angela een hartaanval had gekregen en deze herinneringen kwam hier nu weer boven drijven. De pijn, die ik toen had door het overlijden van mijn allerliefste schoonzus, voelde ik nu weer. Kennelijk heeft die heftige gebeurtenis nog geen plekje gekregen...

Op de eerste dag van ons verblijf in Lovina kwam Marjanne Oomen bij ons op bezoek. Ze had haar dochtertje Mira bij zich. Marjanne heeft meer dan tien jaar geleden haar carriére als fysiotherapeute opgegeven en is haar leven gaan wijden aan kinderen op Bali, die een beperking hebben en niet kunnen lopen (vaak is dat ten gevolge van een aangeboren klompvoet). Terwijl we met Marjanne zaten te praten kwam er een bericht binnen op mijn mobiele telefoon. Dat bericht raakte mij hard en mijn vakantiegevoel was meteen verdwenen. Het bleek dat mijn 94-jarige moeder bij een van van een huishoudtrapje haar bovenarm had gebroken en de breuk zou niet te opereren zijn. Op dat moment kreeg ik het machteloze gevoel niets te kunnen doen voor een geliefd persoon, die ver van mij vandaan is. Ik ben naar de receptie van Starlight Bungalows gegaan en daar kreeg ik van een van de lieve medewerkers een telefoon waarmee ik naar huis kon bellen. Ik kreeg mijn moeder aan de telefoon en dat stelde mij een beetje gerust. Het bleek dat mijn broers Rinus en Ben, en mijn zus Ria, de zorg voor mijn moeder op zich hadden genomen en dag en nacht bij haar waren. Dat gaf mij een goed gevoel.

Toch was er die dag iets in mij veranderd. Ik heb mij die dag de vraag gesteld of ik nog wel verre reizen wil maken. Het gemis van mijn partner Angela, die niet bij me is, speelt daarbij een rol. Ik ben nu in een leeftijdsfase gekomen dat ik de waarde van het samenzijn met mijn partner, mijn familie en mijn vrienden, belangrijker ga vinden als mijn behoefte om verre reizen te maken. De mensen hier op Bali zijn nog steeds even lief en het eiland is nog steeds indrukwekkend mooi, maar toch voel ik mij er steeds vaker eenzaam. Het klinkt misschien heel raar voor iedereen die dit leest, want ik maak hier ook heel mooie momenten mee.

Gisteren zijn mijn broer en ik op bezoek geweest bij de stichtingen Teratai Dharma Centre en Stepping Stones Bali, die allebei kinderen met een beperking helpen. Bij Teratai Dharma Centre heb ik samen met een jongetje buikspieroefeningen gedaan met het motto "Samen zijn we sterk". Bij de stichting Stepping Stones Bali ontmoette ik twee kinderen, die recent geopereerd zijn omdat ze een klompvoet hadden en die allebei een Bali Runners shirt aanhadden. De dankbaarheid van deze kinderen voor de steun van de twee stichtingen en de sponsors van de Bali Runners was echt ontroerend om te zien en mee te maken. Hier wordt heel mooi werk gedaan..

Op dezelfde dag zijn mijn broer en ik met de zwager van Marjanne Oomen (Komang Beni) de zee opgevaren en hebben daar ontelbare dolfijnen zien zwemmen in het spiegelende water. We hebben er gesnorkeld, waarbij prachtig gekleurde vissen brood aten uit onze handen. Allemaal super mooie momenten... En toch bleef bij mij het gevoel hangen dat ik hier misschien wel voor de laatste keer zal zijn. De toekomst ken ik niet, om de eenvoudige reden dat hij niet bestaat. Het verleden bestaat ook niet, want dat is al gebeurd. Herinneringen zijn er wel en die draag ik mee in mijn hart. Daarbij hoort zeker Erna, de zus van Angela, die een mooi kamertje in mijn hart heeft en aan wie ik hier heel veel denk. Mensen zoals zij hebben mij leven rijk gemaakt en daarom voel ik mij een bevoorrecht mens. Dat gevoel wilde ik vandaag graag delen met iedereen die dit leest en daarom heb ik dit verhaal geschreven.

Kees


Pemuteran op het eiland Bali, wordt dit de laatste keer dat ik hier kom?

Vanmorgen ben ik weer heel vroeg opgestaan. De sterren aan de hemel waren afscheid aan het nemen en de zon was al begonnen aan haar reis naar de horizon. Ik trok de gordijnen boven mijn bed open, die mij beschermen tegen de muggen. Door de airco was het koel op mijn kamer en ik kreeg kippenvel. Daarom stapte ik uit mijn slaapkamer het kleine ommuurde tuintje in, dat mijn badkamer vormt. Boven de douche, die verborgen is in een bamboestok, hangt een grote tros bananen en de bladeren van de bananenboom geven mij schaduw als ik sta te douchen. Het is altijd een heel aparte ervaring om buiten onder de blote hemel te douchen en de vogels en vlinders als toeschouwers te hebben. De frisse morgenlucht geeft een verfrissend en prikkelend gevoel, het is altijd een mooie start van de dag.

Toen ik vanmorgen na de douche even door de tuin van Taman Sari Resort, mijn huidige logeeradres, naar het strand liep, zag ik boven het water van de spiegelende zee de hemel rood en lila kleuren. Het was stil op het strand en alles ademde rust uit. Ik liep in gedachten verzonken en was bezig met het antwoord op de vraag, of ik hier nog ooit terug zal komen. Bali is al 40 jaar mijn tweede thuis geworden, maar ik bespeur deze keer een verandering in mij. Dat ligt niet aan het plastic, dat gisteren in een dikke laag vuil op het strand lag, maar nu gelukkig was verdwenen. Het ligt ook niet aan de Balinezen, want die zijn nog even lief en gastvrij als veertig jaar geleden. Wat dat betreft is er niets veranderd en dat maakt mij nog steeds blij als ik op Bali ben. Nee, er is iets in mijzelf waardoor ik mij afvraag of ik nog terug zal keren op Bali. Het antwoord is eigenlijk eenvoudig, ik vind het gewoon steeds moeilijker om drie weken lang zonder Angela naar Bali te gaan, of naar een ander land. Ik ben nu met mijn broer Henk op Bali, dus ik ben niet alleen, maar toch mis ik Angela elke dag. Verre reizen vallen mij ook steeds zwaarder, mijn leeftijd zal daarbij zeker een rol spelen. Ik merk steeds vaker dat een vakantie met Angela rond de Middenlandse Zee (bijvoorbeeld) mij meer lokt dan een verre reis zonder Angela.

Er spelen nog meer persoonlijke factoren een rol. Ik ben bezig mijn huis in Oirschot te verkopen en een nieuw huis in Middelbeers te kopen. Wat dat betreft wordt het een emotioneel moeilijk jaar. Ik heb dankzij mijn ouders 70 jaar in een klein paradijs kunnen wonen, waar stilte, eenvoud en rust overheersten en waar ik echt gelukkig was. Om deze plek los te laten, dat zal mij niet mee vallen. Mede daarom word ik de laatste maanden heen en weer geslingerd qua gevoel en voel ik mij soms onzeker. Gelukkig heb ik een fijne partner en goede vrienden en ik weet dat zij mij in het komende jaar zullen helpen. Maar het speelt allemaal wel een rol als ik mij afvraag of ik nog ooit naar Bali zal gaan. Het antwoord zal wel vanzelf komen, want ik geloof echt dat elk mens geholpen wordt in zulke momenten, als hij/zich maar overgeeft en accepteer wat er op zijn pad komt. Loslaten is een van de moeilijkste dingen in het leven en daar ben ik nu mee bezig. Bali zal ik nooit helemaal los kunnen laten, want de Balinezen wonen in mijn hart. Ze wonen in een mooi kamertje van mijn hart, net als mijn familie en vrienden, die mijn leven rijk hebben gemaakt.

Hier op Bali mis ik mijn loopmaatjes van de stichting Loopgroep Bali Runners ook heel erg. Ik was deze week zo graag bij hen geweest toen ze het bericht kregen van de twee grote donaties van de stichting Sterk Huis in Goirle en de organisatie van de Soepwandelingen in Oirschot. De Bali Runners is een hechte vriendenclub en ik vind het een voorrecht om er deel van uit te mogen maken. Daarbij komt dat het goede doel, waarvoor de Bali Runners hun longen uit hun lijf lopen, mij heel erg aanspreekt. In de komende dagen ga ik in Lovina een jong meisje ontmoeten, die dankzij de Bali Runners verlost is van haar beperking en die nu aan haar revalidatie bezig is. Over een paar maanden zal dit kind voor het eerst in haar leven goed kunnen lopen en kunnen gaan rennen met haar vriendjes. De ontmoeting met haar zal een emotionele gebeurtenis worden, maar dat is goed want ik leef het liefst met mijn gevoel. Wat dat betreft heb ik 40 jaar lang een heel mooie verbinding gehad met de Balinezen en daar ben ik dankbaar voor.

Deze week zal ik in Sidemen ook Putu ontmoeten, de Balinese vrouw waarover ik mijn vierde boek ("Het verdriet achter de glimlach") heb geschreven. Ik ken Putu al een jaar of tien en dankzij haar ben ik iets meer te weten gekomen over de tradities en het dagelijkse leven op Bali. Putu heeft mij laten zien dat het leven op Bali vooral voor vrouwen heel zwaar kan zijn. Door haar ben ik mij gaan realiseren dat ik nog heel weinig weet van dit mooie eiland en zijn bewoners. Er zijn nog heel veel zaken, waarvan ik graag meer zou willen weten. Dus ik ben zeker nog niet los van Bali... Het antwoord op de graag, of ik hier nog ooit terugkom, dat laat ik nog maar even rusten...

Kees




Hoe een wandeling een kind in Indonesië kan helpen.

De Bali Runners uit Oirschot doen echt alles om kinderen in Indonesië te helpen aan een betere toekomst. Ze rennen de longen uit hun lijf bij hardloopwedstrijden en schrikken er zelfs niet voor terug om mee te doen aan een hele marathon. Ook doen ze één keer per jaar mee aan een kwart triatlon en dan neemt zelfs het hele bestuur deze uitdaging aan. Dit jaar hebben ze ook speculaas verkocht voor hun project en aan "soepwandelingen" meegedaan, die werden georganiseerd door Frans van Bommel en Hans Mutsaars uit Oirschot.

Voor de soepwandelingen waren de Bali Runners als één van de zes goede doelen aangewezen. Vandaag was de laatste soepwandeling en toen kreeg voorzitter Henk van Gerven van de Bali Runners van de organisatie van de soepwandelingen een cheque met het ongelooflijke bedrag van 1.250 euro. Van dit bedrag kan er weer een kind in Indonesië geholpen worden op de weg naar een betere toekomst. Dankzij de organisatoren van de soepwandelingen kan dat kind straks de eerste stappen van zijn leven gaan zetten. De Soepwandelingen hebben dit prachtige resultaat tot stand gebracht. De Bali Runners zijn hiervoor heel dankbaar...



Runners World Eindhoven helpt mensen op Bali.

Mijn broer en ik zijn nu een week op het eiland Bali. We zijn begonnen in Ubud en zijn via Blayu en Belimbing aangekomen in Pemuteran. In Blayu en Belimbing overheerst de stilte en de rust van het Balinese platteland, de mensen leven daar nog steeds zoals ze door de eeuwen geleefd hebben. Het dorpsleven speelt zich daar af op de woonerven, waar de hele familie bij elkaar woont, en langs de riviertjes en beekjes waarin het water van de toppen van de bergen helemaal naar de zee loopt. De mensen zijn heel arm, ze bezitten niets en moeten leven van wat de natuur hen geeft. Dat betekent dat de meeste gezinnen op het platteland drie maal per dag rijst eten, die ze twee of drie keer per jaar oogsten van het land dat zij bewerken. Naast de rijst eten ze wat groenten, die ze meestal ook zelf geteeld hebben, en soms een stukje vlees. De meeste gezinnen hebben nagenoeg geen inkomen en ze kunnen alleen iets kopen als een van de gezinsleden werk heeft. Op Bali is nagenoeg geen industrie en het toerisme is de voornaamste bron van inkomen voor de meeste Balinezen. Nu de hoogste berg van Bali, de vulkaan Gunung Agung, nog steeds dreigende wolken uitspuwt en het gevaar van een uitbarsting nog aanwezig is, blijven de toeristen weg en dat is catastrofaal voor de mensen op Bali. In Blayu en Belimbing waren mijn broer en ik het grootste gedeelte van ons verblijf helemaal alleen en daardoor realiseerden wij ons hoe erg dat was voor de inwoners van dit mooie eiland.

Tijdens de twee dagen, dat wij logeerden in Cempaka Belimbing, hebben wij wandelingen in de omgeving van dit bergdorp gemaakt. We kwamen langs de eenvoudige huizen van een aantal mannen en vrouwen, die bij Cempaka Belimbing werkten in het restaurant en de keuken. Gastvrijheid is een van de belangrijkste karaktertrekken van de Balinezen en we werden uitgenodigd om even rust te nemen onder een afdakje en natuurlijk kregen we ook wat te eten. Ondanks dat ze heel weinig bezitten, geven ze graag iets aan hun gasten en dat komt echt uit hun hart. Tijdens deze wandeling ontstond bij mij het idee om de schoenen, die ik van RUNNERS WORLD EINDHOVEN had gekregen, aan deze mensen te geven. Dat idee heb ik de volgende dag uitgevoerd. Wat er toen gebeurde, dat heeft diepe indruk op mij gemaakt. Ik heb nog nooit mensen zo blij gezien, het was echt ontroerend. Allemaal hielden ze de schoenen vastgeklemd tegen hun lichaam, al was het hun grootste geschenk dat ze ooit hadden gekregen, en dat was het ook. Echt, de schoenen hadden niet beter terecht kunnen komen. Ik heb ze die dag een paar keer gezien en het deed mij echt iets om te zien hoe blij deze mensen waren. Sander Halin, en alle medewerkers van RUNNERS WORLD EINDHOVEN, jullie hebben een groot compliment verdiend. Jullie donatie heeft 12 mensen heel blij gemaakt...